Magie, het verhaal van Raaf; allerlaatste publicatie 24 t/m 26

15 mei aan het begin van de avond is het een jaar geleden dat Rob stierf. Wil je hem die dag gedenken, dan zou je op je eigen plek kunnen trommelen. Wil je het tegelijkertijd met mij – Marja- doen? Ik trommel van 18.15 – 18.45 uur

Belangrijke mededeling: door verhuizing naar een nieuw hostingplatform kan deze website in de (nabije) toekomst niet meer toegankelijk blijken. Mocht je daarom (of sowieso) het ‘boek’ als Pdf-bestand willen ontvangen, stuur dan een email met je verzoek  aan topvandeberg@kpnplanet.nl.

24. Een anker in de alledaagse wereld

De ‘Ballcourt’

In 2010 deed ik mee aan een training in Amerika bij de ‘School of Lost Borders’. Een instituut waar ik veel aan te danken heb en waar ik de nodige opleidingen bij heb gedaan. Het was een twaalfdaagse training, waaronder een vierdaagse vision quest. De training heette de “Ballcourt”. De Ballcourt komt uit de Maya traditie. Bij iedere tempel is een zgn. ballcourt. Daar wordt het balspel van de Maya’s gespeeld. Het balspel komt ook voor in de Popol Vuh, het heilige boek van de Maya’s. Eens in de veertig jaar komen de beste balspelers uit het rijk bij elkaar en spelen het heilige spel in het balspelveld van de belangrijkste tempel. Het is een spel op leven en dood. Wie wint mag dood! Wie verliest moet blijven leven, want de Maya’s vonden de dood te verkiezen boven het aardse leven.

Dus het thema van de vision quest in deze training was ‘Leven en Dood’. Iedere dag had een speciaal thema. De eerste dag stond in het teken van je besluit om op de ballcourt te spelen. Dus wat bracht je ertoe deze training te volgen? De tweede dag ging je na met wie of wat je in je leven nog niet in het reine bent. Want als er nog iets is waarmee je nog niet in het reine bent, wordt je afgeleid en verlies je het spel. De derde dag ging je na of je volledig in het reine bent met jezelf, want als er nog iets is waarmee je niet in het reine bent wordt je afgeleid en verlies je. De vierde dag speel je op de ballcourt.

De training werd door twee zeer ervaren mensen begeleid. Het mooie was dat de een, Meredith Little, mede-oprichtster was van de School of Lost Borders en dus vijfentwintig jaar ervaring had met de vision quest, dat wil zeggen het “ritueel sterven en opnieuw geboren worden” en dat de ander, Scott Eberle al tien jaar directeur was van een hospice.

In dit geval is het niet van belang om in te gaan op wat zich allemaal afspeelde in de training en de vision quest, maar ik beperk me tot de spiegeling van mijn quest door de begeleiders.

Waarvan ik één, het belangrijkste onderdeel, wil noemen. “Rob, je hebt twee sterke ankers in je leven. Dat is een heel sterk anker in de andere (de magische) wereld en dat is de verankering met je vrouw. Maar je mist nog een anker in deze alledaagse wereld.” Die spiegeling maakte indruk op me en heeft me sindsdien bezig gehouden. De spiegeling was ook heel herkenbaar voor me. Door een ervaring in mijn babytijd ben ik de buitenwereld altijd als heel onveilig gaan beschouwen en trok ik me vooral terug in mijn binnenwereld. In mijn leven ben ik dat stap voor stap gaan veranderen en de buitenwereld terug gaan veroveren. Eerst de nabije buitenwereld, van mijn vrouw, mijn familie en vrienden, mijn sjamanistische wereld. En daarmee werd “overleven” in de wereld steeds meer “leven”. Maar met de niet nabije alledaagse wereld bleef ik grote moeite houden. Die deugde niet, die klopte niet. Die moest anders. Die was onveilig. Ik kon me er niet mee verzoenen. Er geen vrede mee hebben. Honger, oorlog, ellende, populisme, demagogie, dat kwaad mag er niet zijn.

Maar de natuur is zoals die is en de wereld is zoals de wereld is en het kwaad is zo oud als de mensheid (of ouder). En de essentie is om er op een goede manier een relatie mee te hebben en je er niet uit terug te trekken. Voor mij betekende dit: hoe kan ik in godsnaam in mijn volle kracht blijven midden in deze wereld en me niet uit mijn kracht laten halen door boosheid, verontwaardiging, verdriet of bezorgdheid. Natuurlijk, dat mag er allemaal ook zijn, maar als die gevoelens gekend zijn, kan je dan tóch in je volle kracht staan en doen wat je taak is in deze wereld? Met volle overgave en volledige toewijding. Grote voorbeelden van mensen die dat hebben gekund of nog kunnen zijn natuurlijk: Gandhi, Martin Luther King, Nelson Mandela, moeder Theresa en de Dalai Lama. Zo’n grootheid ben ik niet, maar kan ik het op mijn micro niveau, in mijn kleinere wereld? Mijn krachten en talenten inzetten in deze wereld. Ondanks wat er allemaal in mijn beleving niet aan deugd.

En wat is dat? Hoe doe je dat? Verankeren in de alledaagse wereld. Het heeft me sindsdien bezig gehouden. Ik zag het als mijn Grote Project. Ik herkende het ook omdat ik naar mezelf keek als een wat afstandelijk type. Een beetje vage, wat abstracte figuur. Die makkelijk kon dissociëren. Het was trouwens ook een kracht van me. Want ik was in mijn vroegere “gewone” werk een goede voorzitter. Ik had de gave te kunnen blijven kijken naar wat er allemaal in vergaderingen gebeurde. Zonder mezelf te laten mee slepen in emoties, ook al liepen die hoog op. Ik kon heel nuchter blijven. Dat resulteerde er bijvoorbeeld in dat, nadat ik mijn vroegere werk had verlaten en mijn leven volledig aan sjamanisme was gaan wijden, ik nog tien jaar lang voorzitter van een commissie van mijn vroegere werk ben gebleven, die overigens maar enkele keren per jaar bijeen kwam. Uiterst onlogisch voor iemand die het werkveld helemaal had verlaten.

Maar hoe kreeg ik een anker in de wereld? Moest ik daarvoor de stad in, de rafelranden opzoeken? Cafés in duiken, vluchtelingen gaan helpen, naar voetbalwedstrijden gaan, wat moest ik doen? Ik begreep al snel dat dat allemaal niet hoefde. Dat ik het vooral op mijn manier moest doen. Overigens deed ik wel een paar van dat soort dingen. Ik ging Nederlandse conversatie geven aan buitenlanders. En ik werd buurtbemiddelaar. Dat betekent bemiddelen in burenruzies. Daarvoor kom je vooral bij mensen thuis. Ik leerde dus mijn eigen wijk kennen en kwam lettelrijk bij iedereen over de vloer. Bij mensen van allerlei pluimage, allerlei achtergronden en allerlei nationaliteiten. En ook hier hielp het om niet mee gezogen te worden in de emoties van de buren en de ruzies, maar er kalm en nuchter onder te blijven.

Ik begreep ook dat dit “dissociëren” een sleutel was naar een anker in de wereld. Ik werd me er meer en meer bewust van wanneer ik dat deed. Vooral ’s nachts. Dan lag ik te malen. Uren lang hetzelfde liedje of beter gezegd: dezelfde tekst. Bij mij komt die tekst vaak in de vorm van een dialoog. Ik kon bijvoorbeeld in de tijd dat Bush president van Amerika was, ’s nachts half in slaap en half wakker, uitgebreid uitleggen waarom Bush de westerse democratie om zeep hielp, de westerse waarden en beschaving ondermijnde. Ik had daar een flink aantal argumenten voor, die allemaal aan bod kwamen. En als ik er mee klaar was en alles haarfijn had uitgelegd, begon ik opnieuw. Alsof ik echt tegen iemand sprak. En dat proces kon lang duren. Ik kon dat vaak herhalen. Dan leefde ik dus een deel van de nacht in een andere werkelijkheid. Ik dissocieerde als het ware van de slaap en lag te woelen en gaf in een niet aflatende reeks dialogen uiting aan mijn verontwaardiging over wat er in de wereld gebeurde. Totdat ik voldoende wakker werd om me die situatie te beseffen. Dan probeerde ik het malen te stoppen. Dat was beslist heel lastig. Ik ging mijn aandacht verleggen. Bijvoorbeeld door mijn lichaam langs te lopen en alles te ontspannen, lichaamsdeel na lichaamsdeel. Maar vaak was ik daar nauwelijks mee begonnen of ik was in plaats van te ontspannen alweer een dialoog aan het voeren. Maar het gaat steeds beter. Ik heb het steeds sneller in de gaten en weet het steeds beter te keren.

Het liet me wel zien hoe die verontwaardiging over die buitenwereld in mijn systeem zit. En hoe graag ik me wentel in de verontwaardiging over die wereld. Liever dissociëren en malen over de buitenwereld dan de confrontatie aangaan en me verankeren in de buitenwereld. In de wereld wilde ik dus niet zijn. Vanaf heel vroeg in mijn leven was ik de buitenwereld als (extreem) onveilig gaan zien. Nu werd me duidelijk dat het tijd werd weer met beide benen midden in de wereld te gaan staan. Met mijn ‘poten in de modder’. Daar koos ik voor. Een andere weg was ‘escapisme’, het ontwijken van de wereld. Dat zie je ook mensen doen: “Ik lees geen kranten meer of ik kijk geen t.v. of … “ Vul maar in. Ik ben daar niet zo van, alhoewel het misschien wel een tijdje nuttig kan zijn. En ik heel weinig t.v. kijk, maar vooral omdat ik er niet aan toe kom en ik het vaak onbevredigend, teleurstellend vind. Maar ik heb het idee dat als je voor escapisme kiest, je een deel van jezelf wegmoffelt. Er blijft dan een deel waarbij je niet in het reine bent met jezelf. Dat vind ik jammer.

Ik jog drie keer per week. Ik doe het graag. Dat is leuk, maar ook wel zwaar. Er zit iets moois, maar ook afzien in. Vaak merk ik dat ik weliswaar jog, maar in gedachten ben. Dat jogt het makkelijkst. Dan ontloop ik het zware. Ik noem dit ook een vorm van dissociëren. Ook dit ben ik gaan veranderen. Het lukt me om er steeds meer alert op te blijven of ik nog “jog”. Ik ben me ook heel bewust van het verschil tussen aanwezig zijn in het joggen en dissociëren. Zodra ik me ‘weg’ voel gaan focus ik opnieuw zodat ik weer aanwezig ben. Voel dat ik jog, de weg zie, de natuur zie. In de wereld loop in plaats van in gedachten.

Spanje

De ballcourt was in 2010. In 2015 begeleidde ik een vision quest in het centrum Sacarest in Zuid-Spanje. Tien deelnemers bevonden zich ergens in die schitterende natuur. Vastend en in afzondering. Ik was in het basiskamp, veel buiten. Contact makend met de spirit van Sacarest. Steun vragend. Bij de ingang van het centrum was een veldje, waar we de poort hadden neer gezet. Daar gaan de deelnemers bewust door heen als ze van de alledaagse wereld in de wereld van de vision quest stappen. Aan het uiteinde van het veld stond een schitterende, imposante boom. Als een soort bewaker.

Op een van de questdagen was ik op het veld voor Sacarest. Ik trommelde en zong. Plotseling kreeg ik een ingeving. Ik ging naar de boom, legde mijn hoofd ertegen en vroeg om een teaching over hoe ik mij kon verankeren in de alledaagse wereld. Ik dacht: wie weet dat beter dan een boom, die zo stevig staat, met zijn geweldige wortelstelsel onder de grond, maar ook nog steeds met zijn kruin uitreikend naar de bovenwereld. En de boom antwoordde. Ik ging geluid maken, ik ging bewegingen maken met de boom, ik ging steeds meer samenwerken met de boom. En vervolgens werd mijn aandacht getrokken naar het contact van mijn voeten met de grond, terwijl ik tussen de wortels van de boom stond. Ik voelde hoe mijn voeten zich in de grond vast klampten. Zich als het ware ingroeven. En daarna voelde het alsof mijn voeten uitreikten, de grond in. Ze groeiden de grond in. Ze werden als wortels. Steeds dieper de grond in. Totdat ik heel stevig geworteld was. En toen besefte ik: ”ik heb nu een anker in de alledaagse wereld!”. Het proces dat vijf jaar daarvoor was begonnen werd nu afgerond. Vond nu haar bekroning. Zo onverwachts, op een zo onverwacht moment.

Maar het was nog niet klaar. Het geheel had misschien een half uur geduurd en nu merkte ik dat ik me langzaam los maakte van de boom en er langzaam van weg liep. En plots stond ik in de vision quest poort. En het voelde alsof ik van de kant van de quest-wereld aan de andere kant van de poort de alledaagse wereld zag. En er was een stem: “Rob daar is de alledaagse wereld, met al haar ellende, haar oorlogen, hongersnoden, haar onrecht en corruptie en machtsmisbruik. Rob, wil je er instappen of niet?” Ik aarzelde. Ik kon er niet met volle overtuiging instappen. Ik zag te veel donker en te weinig licht. En toen was er weer een stem: “Rob, zie jezelf als brandweerman. De wereld staat in brand. Die brand kan jij niet blussen. Daar is veel meer voor nodig. Jij voert niet de regie. Maar jij kunt wel jouw deel doen. Blus, met alle toewijding die je in je hebt, datgene wat jij kan blussen. Je hoeft niet meer en niet minder. Als iedereen dat doet, alle brandweermannen en –vrouwen hun deel doen, misschien kunnen we dan iets bereiken. Toen ben ik door de poort de alledaagse wereld in gestapt. Wetend dat er veel donker is, maar ook veel licht. En ook wetend dat er een nieuwe fase in mijn leven was aangebroken. Een fase waarin ik verankerd ben in de alledaagse wereld.

  1. Visioenen

Ik heb het al vaker gezegd: ik ben een gezegend mens. Ik heb in mijn leven een tiental visioenen mogen zien. De meeste daarvan deden zich voor aan het einde van een vision quest. In de laatste doorwaakte nacht, meestal aan het einde daarvan, vlak voordat het licht werd. Een klassieke tijd voor een visioen. Twee kreeg ik in een zweethut.

Een visioen kan je het best omschrijven als een soort droombeeld, dat van waarde voor je kan zijn. Je slaapt niet, en toch zijn er plotseling heel heldere beelden. Vaak gebeurt het als je in een soort lichte trance toestand bent. In het woord visioen zit het woord visie. Een visioen geeft dus een soort visie, vaak zijn visioenen voorspellend, maar mijn visioenen waren dat meestal niet.

Er zijn in de geschiedenis tal van voorbeelden van grote, belangrijke, levensbepalende visioenen. Een van de bekendste is uit de Bijbel: Paulus kreeg tijdens een reis, toen hij van zijn paard viel een visioen dat hij het christendom moest gaan verspreiden. Die gebeurtenis heeft er voor gezorgd dat het christendom een van de belangrijkste godsdiensten is geworden. Mohammed begon aan de verspreiding van de islam nadat hem dat in een visioen was opgedragen. En wat te denken van Mozes, die van de berg afkwam met de tien geboden. Was hier sprake van een visioen of van een groot aantal inzichten. We zullen het nooit weten. En tenslotte Jezus, die in de woestijn drie keer door de duivel werd bezocht en verleid. Hij hield stand.

Het fenomeen visioen is ook bekend uit de overleveringen van de Noord- Amerikaanse indianen. Ook bij hun bepaalde het visioen het verloop van hun leven. Bekend zijn de visioenen van grote Lakota (Sioux) leiders. Neil Giphart beschrijft in zijn boek het visioen van Black Elk, dat hij op negenjarige leeftijd kreeg en twaalf dagen duurde. In het visioen krijgt hij zijn toekomst te zien: als spiritueel leider, genezer en medicijnman van de stam. Thomas Mails beschrijft het visioen van Fools Crow. Die andere grote leider van de Lakota. Ook Crazy Horse, een andere grote leider, maar vooral strijder tegen de blanke overheersing, die vroeg de dood vond in de strijd zag zijn roeping in een visioen.

Er zijn ongetwijfeld nog heel veel andere voorbeelden van bekende mensen, die via een visioen hun roeping zagen. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan.

De vraag is nu of dit magische verschijnsel nog voor komt in onze tijd en welke betekenis het dan heeft of kan hebben. Ik wil nog een aantal van mijn eigen visioenen beschrijven.

Het visioen van de rendieren

Ik zat in een zweethut. Mijn thema was onthechting. Ik vroeg me af of ik mijn vrouw kon loslaten. Een confronterende vraag. Want het was wel het laatste waar ik afstand van kon nemen. Soms moet dat in het leven, bijvoorbeeld als je partner sterft. Maar kan je het ook als je partner nog gezond en vol levenslust is? Of het met deze vraag te maken heeft weet ik niet, maar in deze zweethut raakte ik plotseling in een soort trance en zag heldere beelden. Ik zag rendieren, heel veel. Grote kuddes. En die kwamen in beweging. Er was ook een soort stem: “The rendeer, they are moving! “ En het klonk alarmerend. Als een ‘call for the earth’. Als de rendieren massaal in beweging komen is dat een roep tot groot alarm. Een roep dat de aarde in gevaar is. Of in ieder geval de mens. Het roept op tot actie. Voor mij dat iedereen die de goede krachten vertegenwoordigt, zich maximaal inzet voor behoud van de aarde en de mensheid.

Enige tijd later sprak ik iemand, waar ik een speciale band mee heb. Iemand met grote sjamanistische talenten. Maar die ook zijn hele leven bezocht is door grote fysieke klachten. Hij had net een operatie achter de rug van een dubbele hernia. Die operatie was kritiek geweest want hij had ook hartklachten. Maar hij was er goed doorheen gekomen. Hij vertelde hoe hij na de operatie weer tot bewustzijn was gekomen. Hij vertelde dat hij eerst een indrukwekkend visioen had gehad: hij zag rendieren, grote kuddes rendieren, die massaal in beweging kwamen! Ik was sprakeloos!

Voor mij kreeg daarmee mijn visioen extra betekenis, maar ook het besef dat het om meer ging dan om een persoonlijk visioen. Het vroeg me ook om me optimaal in te zetten voor de wereld. Dat ik in ieder geval maximaal mijn deel, met alle toewijding waar ik over beschik, aan de wereld geef.

Een ander visioen in een zweethut

Het begon op een eilandje voor de kust van Finland. Het was mijn tweede vision quest en iedere quester had een eigen eilandje. Ik was er net een paar uur toen mijn aandacht getrokken werd door een grote steen. Ik ging ernaar toe, legde intuïtief mijn hoofd tegen de steen, kreeg beelden en er welde verdriet in me op. Ik kreeg het beeld van water, van een meertje. En een stem zei: “It is hidden in the lake”. Bedroefd vroeg ik wat er verborgen was in het meer. De stem zei: “It is your power”. Voor mij was het betekenisvol, want ik had al heel lang het gevoel, dat ik niet in mijn kracht kon staan. Zodra ik me energiek of vitaal voelde gebeurde er iets waardoor dat weer als sneeuw voor de zon wegsmolt. Al jaren hield het me bezig hoe ik meer in mijn kracht zou kunnen komen. Op mijn terrein was ook nog een grote steen, die ik tot mijn ‘altaarsteen’ had bestempeld. Wat later die ochtend ging ik naar die steen en vroeg hoe ik mijn kracht terug kon krijgen. Daar kreeg ik advies over.

Enkele jaren later was ik in een zweethut bij de Navajo indianen. Het was mijn eerste bezoek. We waren met een paar andere deelnemers en twee begeleiders, waarvan één duidelijk de leiding had.

Een zweethut kent vier rondes. De zweethut wordt gemaakt van wilgentakken, die aan elkaar gevlochten worden tot een halve bol, die zo groot is dat je er met een aantal (bijv. tien) mensen in kan zitten. Over de wilgentakken worden dekens gelegd, zodat de ruimte volledig donker is. Er zijn ook een paar dekens die open geslagen kunnen worden waardoor er een soort deur is gecreëerd. Vervolgens worden er hete stenen naar binnen gebracht, gaat de deur weer dicht en wordt er zo nu en dan water op de stenen gegoten. Er wordt gezongen, gebeden en gepraat. Er zijn vier rondes. Na iedere ronde gaat de deur open en kan je wat afkoelen.

We waren bezig met de eerste ronde toen onze begeleider plotseling riep: “Hey, there is a vision around”. Dat leek me heel bijzonder; om dat te kunnen waarnemen. Maar ik was ook wel enigszins jaloers en dacht: dat zou ik ook wel willen, een visioen. Het volgende moment was ik in een soort trance. Ik zag alleen de hete stenen, was me nauwelijks meer bewust van de zweethut en de anderen en ik voelde dat ik iets moest doen. Ik begon een denkbeeldig koord uit het vuur te trekken. En weer was er eens tem, zoals altijd in het Engels: “Hey, now it is time to retrieve your power!”. En ik trok aan het koord en bracht de energie daarvan naar mijn zonnevlecht. En ik bleef trekken en de energie naar binnen brengen. Hoe lang ik dat gedaan heb weet ik niet, maar op een gegeven moment was het plotseling klaar. Het was afgerond. Al die tijd was ik me nauwelijks bewust geweest van mijn omgeving en was in een andere “space” geweest. Nu werd alles weer gewoon. Alles? Nou ja, toen de deur even daarna open ging bleek ik onder het bloed te zitten. Ik had een forse bloedneus, waar ik niets van gemerkt had. Een van de deelnemers naast me zei: dat mag niet bij de Navajo, je mag geen bloed laten vloeien in een zweethut. Ik vond dat nogal hilarisch. Alsof ik daar invloed op had. De zweethutbegeleider maakte snel een soort propje van saliebladeren, die ik in mijn neusgat kon stoppen om het bloed te stelpen. Ik verliet de zweethut om mijn lichaam weer schoon te maken. Maar ik was diep onder de indruk van mijn visioen. En ik was ook diep onder de indruk van het feit dat de zweethutbegeleider wist dat er een visioen was nog voordat het plaats vond en dat ik degene was die het visioen kreeg. Pas nadat hij het benoemd had. Hoe kon dit? Bestaat tijd dan niet? Een paar jaar later had ik een jaar dat ik mijn uilenjaar ben gaan noemen. Ik heb daar over geschreven. In dat jaar kreeg ik de meest onwaarschijnlijke ontmoetingen met uil. Ik heb ook geschreven welke betekenis ik daaraan hechtte: het gaf mij het inzicht dat ik eindelijk in mij kracht stond. Uil maakte me bewust dat ik de pijn en het verdriet in mijn leven had omgezet in kracht. Eindelijk stond ik in mijn kwaliteit. Daarmee was de reeks gebeurtenissen, die op dat eilandje in Finland begon met het inzicht van de steen afgerond.

Visioenen tijdens mijn vision quests

Ik heb zeven vision quests gedaan en bij zes daarvan kreeg ik een visioen op de ‘klassieke’ wijze. Aan het einde van de laatste nacht, vlak voordat het licht werd. In mijn laatste vision quest kwam het visioen na afloop in de zweethut. Op het moment dat ik besefte dat ik in deze laatste quest geen visioen had gehad, precies op dat moment kwamen de beelden. De betekenis van mijn visioenen waren niet klassiek. Ze waren niet voorspellend van aard. Maar het waren wel belangrijke markeringsmomenten in mijn leven.

Mijn eerste vision quest ging over de vraag waar mijn leven over ging. Dacht ik! Want tijdens de vier dagen kwamen allerlei andere thema’s aan bod, maar niet wat de zin van mijn leven was. Ik had geen hoge dunk van mezelf. Ik had het idee dat iedereen in de wereld wist hoe het allemaal in elkaar stak, behalve ik. Iedereen wist het beter. Ik was tot mijn dertigste alleen een overlever geweest. Gelukkig ging het nu beter. Dankzij mijn zoektocht, waarbij ik in het sjamanisme mijn thuis gevonden had. Blijkbaar was het nu de tijd mijn zelfbeeld bij te stellen. Die vier dagen en nachten van mijn eerste quest waren één aaneenschakeling van inzichten en magische gebeurtenissen. Het was grote rijkdom. En vooral borrelde er plotseling veel zelfwaardering op. Ik ontdekte ook mijn gevoeligheid voor de andere werkelijkheid. Want deze quest was de meest magische van al mijn quests. Ik wist wel dat ik een gevoeligheid had, maar dacht ook dat ik bijzondere dingen beleefde omdat ik in een groep was en er deskundige begeleiding was, die het voor me opriep. Maar nu, nu ik alleen was, zo in de natuur, tussen bosjes in Zuid-Frankrijk, een mooie maar geen magische omgeving, nu had ik ook intense magische ervaringen. Het zat dus in mij! Ook zonder begeleiding.

Die laatste nacht doe je al het mogelijke om wakker te blijven. Ik heb daar niet veel moeite mee. Dat heb ik in geen enkele van mijn vision quests gehad. Maar het was wel een zware nacht. Ik was in Zuid-Frankrijk en dacht dat het daar wel heel warm zou zijn. Ik had met mijn kleren niet op kou gerekend. En koud was het die nacht! Ik probeerde warm te blijven door te bewegen. Te dansen, te springen, met mijn armen te slaan. Het lukte maar gedeeltelijk. En aan het einde van de nacht toen ik het eerste sprankje licht zag was ik totaal uitgeput. Ik was nergens anders meer mee bezig dan met die kou. De vision quest interesseerde me niet meer. Ik ging even met mijn armen over elkaar zitten en legde mijn hoofd erop. Eén moment uitrusten. Ik was gedesillusioneerd, koud en voelde me ellendig.

En toen kwamen ze: heldere beelden in prachtige kleuren, intens. En ze toonden me een grote liefde voor mezelf, een totale acceptatie van iedere cel in mezelf. Daar ging dus blijkbaar deze eerste vision quest over: mezelf accepteren met alles erop en eraan. Een waardevol en belangrijk geschenk.

Mijn tweede vision quest was op dat eilandje voor de kust van Finland. Mijn begeleiders hadden het een naam gegeven: “Between history and mystery”. Die naam hadden ze gegeven voordat de drie questers er waren. Op de avond van de dag van aankomst deden we een ritueel om je vision quest plek te kiezen. Er lagen drie stenen en iedere quester koos “zijn” steen. Onder iedere steen lag een briefje met de naam van de plek. Je koos dus “blind” je plek, zonder dat je hem gezien had of de naam al kende. Ik koos dus de plek met de naam ‘Between history and mystery’. Ik ging boordevol verwachtingen naar mijn eilandje. Ik kon niet wachten op de inzichten en magische gebeurtenissen. Wat de magie betrof, beperkten die zich tot de eerste uren. De ontmoeting met de stenen, waarover ik hierboven schreef. Toen was het op! Geen magie meer in die vier dagen. Inzichten? Op een heel andere manier. Ik was van plan veel rituelen te gaan doen en hard aan mijn sjamanistische talenten te gaan werken. Daar had ik nu alle tijd voor. Maar het was mooi zonnig weer en ik had er eigenlijk geen zin in. Dus ging ik lekker in de zon liggen. En voelde me diep schuldig! Hiervoor was ik toch niet gekomen? Ik mocht mijn tijd toch niet ‘verdoen’. Die moest ik toch nuttig besteden. Bij nader inzien: mijn calvinistische aard toonde zich in haar volle omvang. En het geschenk was dat ik nu dat calvinisme in me kon zien, kon ontmaskeren. Later zag ik een zwartgeblakerde boom. Blijkbaar door de bliksem getroffen. En ik vond hem prachtig! Ik ging er naar toe en bewonderde hem. Er ging een aantrekkingskracht van uit. Toen ging plotseling door mijn hoofd: “Maar het is een dode boom. Ben ik zo macaber? Dat ik de dood omarm in plaats van het leven.” En meer van dat soort gedachten. En ik schaamde me. En gelukkig, ook nu doorzag ik hoe ditmaal mijn denken met me op de loop ging en me van een pure ervaring afhield. Er waren meer van dit soort gebeurtenissen, maar vooral heb ik veel gekeken. Ik heb een uur naar een rups zitten kijken, tijden bij een spin in een spinnenweb gezeten, een sprinkhaan, die maar op mijn hand bleef zitten.

Die laatste nacht was anders. Het was een donkere nacht. Voor me was een veld met grote, brede, vlakke stenen. Aan het einde van de nacht liep ik op die stenen en plotseling was de steen waar ik op stond gekleurd. Alsof hij helemaal beschilderd was. De anderen waren donker. Het was een magische ervaring. Alles om me heen was donker. Alleen deze ene steen was vol kleur. Ik stapte over op een andere steen. De steen waar ik op gestaan had doofde uit, maar nu was de nieuwe steen waar ik op stond een en al kleur. Zo ging het door. Zodra ik van steen veranderde doofde de steen waar ik op gestaan had uit en kreeg de nieuwe steen waar ik op stond kleur. Het was een ontzettend mooi en intrigerend gezicht. Zo ging het door, gedurende langere tijd. Soms werd ik moe en ging even terug naar mijn plek en ging even zitten met mijn hoof op mijn armen, ogen dicht. Ook dan ging het door. Ik kreeg heldere beelden met prachtige kleuren met ook nu allerlei intrigerende vormen. Na een paar minuten stond ik weer op en ging weer naar mijn stenen. En ook daar ging het door. Steeds verschenen er op de steen waar ik op stond prachtige kleuren. Ik vroeg me alleen af wat hiervan de betekenis was. Eén keer was er op één steen plotseling een figuratief beeld. Ik zag mezelf staan, speer in de hand en er zat ook een ezel, met een lange, giraffe-achtige nek. Mooi, maar ik begreep het niet. Het totaal duurde misschien wel anderhalf uur. Steeds meer ging ik me afvragen wat dit nu toch te betekenen had. Wat was de les die me hier werd getoond? Al die prachtige kleuren en vormen als ik ging zitten en al die prachtige kleuren op de stenen waarop ik liep. Toen ik mijn quest beëindigd had was ik eigenlijk teleur gesteld. Het was mooi geweest, maar ik had mijn visioen niet begrepen. Dom, dom, dom!

Na terugkomst spiegelden mijn begeleiders mijn quest. De rode draad was volgens hen ‘Leven in het hier en nu’. Ik kon heel goed leven in de magische wereld (mystery) en ik kon mezelf makkelijk verzieligen in mijn verleden (history). Maar ik kon maar moeilijk leven in het nu! Dan ging ik me zelfs schuldig voelen of ik ging me schamen of ik ging me afvragen wat de betekenis was. Een belangrijke les: schoonheid heeft geen betekenis, anders dan ze tot je te nemen. Het is al een cadeau als je schoonheid kan zien. Mijn denken ging in die nacht steeds meer op de loop met me om een les te willen halen uit schoonheid. Nee, er is alleen genieten van deze cadeautjes, maar een calvinist mag dat natuurlijk niet zo maar. Deze quest liet me zien hoe ‘Leven in het hier en nu’ in zijn werk gaat. Opnieuw een belangrijk geschenk.

Ook aan het einde van mijn derde vision quest had ik een visioen. Het was een heel mooi, teder en verhelderend visioen over hoe ik in mijn relaties met mannen en vrouwen stond. En ook steunend voor de weg die ik daarin gekozen had. Ik was in het woestijnachtige berggebied van de Inyo Mountains in het zuidoosten van Californië. Het was de eerste keer dat ik mijn trommel had mee genomen. De andere keren had ik het gevoel gehad dat trommelen niet aan de orde was in mijn quest. Nu wel, nu wilde de trommel duidelijk mee. Aan het begin van die laatste nacht, toen het net donker was kreeg ik voor het eerst in die vier dagen een drang om te trommelen. Die drang werd gevoed doordat ik slaperig werd. Meestal heb ik pas aan het einde van de avond in mijn quests de meeste slaap. Als ik daar eenmaal doorheen ben heb ik er meestal weinig last meer van. Geen gevecht tegen de slaap of zo. In dit geval kwam de slaap eerder en begon ik dus te trommelen. Eerst zomaar, maar daarna ging ik uitgebreid trommelen voor de windrichtingen. Daarna voor de boven-, beneden- en midden wereld. Toen kreeg ik de ingeving om te gaan trommelen voor de Grootmoeders en dat te doen vanuit mijn kracht. Ik trommelde, zong en danste op mijn bergschoenen in dat woestijnachtige gebied. Zo ging dat door urenlang. Voor de grootvaders, voor Spirit, voor mijn krachtdieren. En ik zong : ”I call on all the foxes to party at my place”. In die tijd had ik nog een medicijnnaam die met vos verbonden was. Soms rustte ik even uit, maar daarna trommelde, danste en zong ik weer verder. En eigenlijk ging de nacht snel. Want plotseling kreeg ik het idee dat ik het eerste licht zag. En ik keek naar mijn voeten: die dansten en dansten maar door. Het leek alsof het zelfstandige delen van mijn lichaam waren, Ze zouden doodmoe moeten zijn, maar ze gingen vanzelf. Toen stopte ik, ruste even uit en legde mijn hoofd op mijn armen. En toen kwamen ze weer: heel heldere beelden in heldere kleuren. Ze waren mooi en teder, maar ik begreep ze pas later. Om precies ter zijn, pas een jaar later. Toen zat ik in mijn woonkamer thuis in Rotterdam, was met iets heel anders bezig en toen plotseling plopte er een inzicht op en begreep ik mijn visioen. Nog weer jaren later, fietsend in Denemarken, rond kijkend naar het mooie landschap en in de stabiele cadans van het fietsen werd de betekenis van mijn visioen in alle omvang duidelijk. Pas toen begreep ik het volledig. En dat zorgde ervoor dat ik mijn vrouw ten huwelijk vroeg. Dat deden we, precies dertig jaar nadat we waren gaan samen wonen. De essentie was om onze relatie op een diep niveau te verbinden met spirit.

Een grappige bijkomstigheid in de quest was dat vanwege de enorme ruimte in de Inyo Mountains je zelf een vision quest plek uit zoekt. Dat doe je de dag voor het begin van de quest. Achteraf bleek dat ik als enige een bepaalde richting uit was gelopen. Alle andere waren in andere richtingen verdwenen. Dat had tot gevolg dat niemand last heeft gehad van mijn nachtelijk trommelen. Niemand had het geluid ervan gehoord.

Ook mijn vierde vision quest was in het indrukwekkende woestijnachtige gebied van de Inyo Mountains. Uitzicht op de besneeuwde bergen van de Sierra Nevada, met de berg Mount Whitney, de hoogste berg van Amerika. Ik was in juni gestopt met mijn reguliere baan om full time met sjamanisme en mijn praktijk voor sjamanisme bezig te kunnen zijn. Centraal stond daarom afscheid van 30 jaar regulier werk. Ritueel afscheid nemen is een krachtig instrument om heel bewust een periode af te sluiten en daarmee ruimte te maken voor mijn nieuwe werk. Ik besteedde een volle dag aan dit ritueel afscheid nemen. Ik sloot de dag af met een ritueel waarin ik afscheid nam van de mensen van mijn werk. Ik had o.a. bij mijn afscheid een kaart gekregen waarop veertig collega’s iets hadden geschreven. Terwijl ik ratelde met mijn ratel bedankte ik één voor één mijn collega’ s. Ik vertelde wat ze voor me hadden betekend, bedankte ze, wenste ze al het goeds, vertelde ze dat onze wegen zich nu scheidden, nam een steentje en wierp dat buiten mijn cirkel. Zo deed ik dat, nam afscheid van collega na collega. Naarmate ik vorderde kwam ik bij mensen met wie ik een sterkere band had dan met de eersten. Het werd steeds moeilijker. De laatste lukte niet meer. Ik werd verstikt door tranen, door rouw en kon het niet afronden. Toen kreeg ik hulp uit onverwachte hoek. Ik was in de woestijn en had een korte broek aan. Er kwam een wesp aangevlogen, die streek neer op mijn bovenbeen en: stak! Zonder reden, zonder oorzaak. Het gevolg was een energieshift bij mij. Ik wierp de laatste steen uit mijn cirkel. Ik was klaar; het was afgerond. Geen verdriet meer.

Daarnaast was ik in deze quest gestuit op het thema compassie en werd me bewust dat er gebieden waren waar het me niet lukte om compassie te tonen. Ik kreeg een les uit zwart Zuid-Afrika. Bij deze quest georganiseerd door de School of Lost Borders wordt gewerkt met een zgn. buddy systeem. Begeleiders komen niet langs, maar je legt wel op geruime afstand van je questplek een zgn. steencirkel. Iedere ochtend ga je naar de steencirkel en leg je een steen binnen in die cirkel. Je buddy gaat ook naar de cirkel en kijkt of je steen er ligt. Zo niet, dan gaat hij of zij kijken of er iets aan de hand is met je. Eén van de deelnemers was een vitale, jonge zwarte Zuid-Afrikaan. Hij vroeg of ik zijn buddy wilde zijn. Ik voelde me zeer vereerd. Ik was één van de twee aanwezige Nederlanders en Nederland heeft via de kolonisatie en de Afrikaners toch veel ellende onder de zwarte bevolking gebracht. Geen enkele rancune daarover viel bij hem te bespeuren. Integendeel: ik deed hem denken aan zijn grootvader en daar had hij veel aan te danken. Voor mij was het ook een van de vele voorbeelden hoe mild en vergevingsgezind zwart Zuid-Afrika kan zijn. Daar kunnen we veel van leren. Daar kan ik veel van leren. Het was ook een les in compassie. Hoe zou ik zonder de nodige compassie mijn sjamanistische activiteiten kunnen uitvoeren?

Ook die laatste nacht had ik mijn trommel bij me. Ik heb er zo nu en dan op getrommeld. Aan het einde van die nacht kreeg ik een visioen op mijn trommel. Ik zag heel helder een bizonkop met een bijzonder oog. Het (grote) oog keek me aan en was boordevol compassie. Die nacht met dat visioen accepteerde ik mijn sjamanistische roeping. Ik wist dat ik de rest van mijn leven aan “Spirit” zou wijden. En mensen zou begeleiden op hun zoektocht naar hun authenticiteit, naar verbinding met hun ziel en met Spirit.

Op dit nieuwe pad bleek ook alles in mijn leven zich te vernieuwen. Zo kreeg ik bijv. een nieuwe medicijnnaam wat geloof ik, hoogst ongebruikelijk is.

Korte tijd later deed ik mijn vijfde vision quest. Het was een tweedaagse quest bij de Navajo indianen. Dat betekent: geen eten, geen drinken en niet slapen. Je moet namelijk een vuurtje aanhouden. De eerste dag had ik een obsessie voor water. Ik had dorst, zag water, was bijna alleen maar bezig met water. Tegen de avond verdween de dorst om niet meer terug te komen. De tweede dag was het warm. Het was juli in het hete droge gebied van de Canyon de Shelly, het heilige gebied van de Navajo. Ik kon moeilijk ademen. Ik lag op mijn rug in de schaduw en snakte naar adem. Iedere ademhaling was moeilijk. Tot overmaat van ramp moest ik ook nog dat vuurtje aanhouden. Ik had bijna een soort obsessie: “Dat vuur zou niet uitgaan!” De hele dag ging zo door. Happen naar adem. Zo weinig mogelijk bewegen en zoveel mogelijk zuurstof binnen krijgen. Tegen de avond werd mijn ademen weer normaal. ’s Nachts lag ik op mijn rug op de grond naar de sterren en de Melkweg en het universum te kijken. Een magische ervaring. En dag en nacht zat of lag ik op de grond. In direct contact met de aarde.

Mijn begeleider duidde mijn vision quest als gaande over de elementen. Letterlijk zei hij: “You had forgotten about the elements. But the elements were the first on earth. They are the basis of everything. You had to learn about them”. En een visioen? Ik heb niet geslapen, maar dommelde wel vaak even weg. Het vuur is blijven branden. En vlak voordat het licht werd, werd ik wakker uit zo’n gedommel. Ik had een tekst in mijn hoofd. Ik schreef de tekst op, keek ernaar en dacht: “Het lijkt wel het begin van een boek. Goh, zou er een boek geschreven willen worden?“ En dat ben ik toen maar gaan doen. Een aantal jaren later was mijn eerste boek klaar en werd het uitgegeven.

In mijn zesde vision quest heb ik geen visioen gehad. Deze quest heb ik beschreven in het hoofdstuk over synchroniciteit. Hij was onderdeel van een training bij de School of Lost Borders, die de Ballcourt genoemd wordt. De Ballcourt is geënt op de Popol Vuh, het heilige boek van de Maya’s. Eens in de veertig jaar kwamen de beste balspelers bijeen op de Ballcourt om een wedstrijd te spelen op leven en dood. Degene die won mocht dood. Degene die verloor moest blijven leven. Onderdeel van deze training was daarom een vision quest met het thema ‘Leven en Dood’. De eerste van de vier dagen besteedde je aan je besluit om op de Ballcourt te gaan spelen, in dit geval om aan deze training deel te nemen. De tweede dag ging je na waar je nog niet in het reine was met je omgeving. Want als er iets is waarmee je nog niet in het reine bent, word je afgeleid en verlies je op de Ballcourt. De derde dag ga je na waar je nog niet in het reine bent met jezelf. Want als er nog iets is waarmee je niet in het reine bent met jezelf word je afgeleid en verlies je op de Ballcourt. De vierde dag speel je op de Ballcourt. Je toont je essentie voor de Lord en de Lady of the Death!

Voor mij was dit laatste, je essentie tonen gelijk aan het visioen. Op het moment dat het verteld werd wist ik onmiddellijk hoe ik dat wilde doen. En dat is ook niet meer veranderd. En mijn essentie toonde ik vanuit mijn verbondenheid met raaf. Ik werd één met raaf.

Daarmee gaf deze vision quest me twee belangrijke nieuwe wegen. Ik leerde ondanks erg veel storende gebeurtenissen en een niet aflatende stroom uitdagingen, in mijn kracht te blijven en dus in het ‘hier en nu’ te blijven. Steeds te accepteren dat alles anders ging dan gedacht. Te surfen op het leven. En ik werd me zeer bewust wat de essentie is van mijn leven: Met het oog van raaf naar de wereld kijken en daar al het mogelijke doen, dus met een volledige toewijding mijn maximale bijdrage leveren. In het sjamanisme is raaf boodschapper van Spirit en de magiër van het dierenrijk.

Het klinkt misschien heel pretentieus maar dat is mijn bijdrage aan de wereld. Mijn taak werd heel helder in deze vision quest. Ik versmolt ermee.

Mijn zevende en vooralsnog laatste vision quest deed ik in Zweden. Geen eten, geen drinken en met een blinddoek om. In dit geval gedurende drie dagen. Een blinddoek om was een inval geweest van een half jaar daarvoor. Plotseling wist ik dat er nog een quest gedaan wilde worden, maar nu met een blinddoek. Er was ook twijfel: was ik verslaafd? Ging ik niet te ver? Moest de “kick” soms steeds sterker? Achteraf werd duidelijk waarom. En ik kreeg tekenen die mijn besluit leken te steunen. Zo werd dit jaar wat ik noem mijn vleermuisjaar. Tijdens een wandeling vond ik halverwege een viaduct een vleermuis. Ik gaf dat jaar een trainingsweekend in Mixte, bij Winterswijk. Op zaterdagavond, het schemerde al, begeleidde ik een ritueel voor een groep met mijn trommel en geluid. Plotseling voelde ik iets mijn haar aanraken. Uit mijn ooghoeken zag ik een vleermuis weg vliegen. Ik was een ritueel aan het begeleiden dus besteedde er verder geen aandacht aan. Maar na afloop van het ritueel kwam een van de deelneemsters op mij af en vroeg of ik de vleermuis gezien had. Toen werd ik me bewust van deze uitzonderlijke ontmoeting, want vleermuizen raken normaliter je haar niet aan. Toen ik met mijn uitgeefster belde over het concept van mijn boek vertelde ze me dat ze een vleermuis had gevonden. Voor mij was dat de derde keer dat vleermuis zich in mijn leven aandiende en vanuit het sjamanisme daarmee belangrijk om te kijken waarom dat gebeurde. Voor mij is een van de belangrijkste eigenschappen van vleermuis dat hij een expert is in het donker. Hij voedt zich in het donker en is ongelooflijk behendig en flexibel. Daarom voelde het verschijnen van vleermuis voor mij als een schouderklopje van Spirit. Als een teken dat het klopte waar ik mee bezig was. Ik kreeg nog zo ’n schouderklopje, maar toen was de quest al bijna begonnen. De dag ervoor werd ik door mijn begeleiders naar mijn vision quest plek gebracht. Dat bleek de top van een kale heuvel te zijn. Vlak ervoor schoten er plots drie korhoenders voor ons weg. Alweer drie. Mijn vrouwelijke begeleidster vertelde, dat ze bijna dagelijks in de bossen wandelde maar nog nooit een korhoender had gezien. Nu wel, bij mijn vision quest plek. Opnieuw voelde het voor mij, maar nu nog sterker, dat het in orde was wat ik ging doen. Ik voelde me heel erg gesteund.

Die dagen was het wisselend weer. Er was zon, regen, wind, zelfs onweer met donder en bliksem. Ik zat ineengedoken op dat topje van die heuvel. Het hoogste punt. Maar toch met een diep vertrouwen: als Spirit het zo wil, dan doen we het zo. Dat had ik al eerder bedacht. Want op mijn questplek kon ik geen plastic spannen als bescherming tegen de regen. Mijn begeleiders hadden naar het bos gewezen: daar kan je dat doen. Dat had ik gedaan en ik had er mijn matrasje en slaapzak onder gelegd. Maar het terrein was lastig, heel onregelmatig met veel afgehakte boomstronken. Moeilijk om in te lopen en de afstand tot het bos vanaf mijn plek was groot. De eerste dag begreep ik al heel snel dat ik niet van mijn plek weg kon, tenzij ik mijn blinddoek af zou doen. En ik had in deze quest één heel helder en duidelijk besluit: die blinddoek gaat niet af! Ik kon dus niet weg van mijn plek. Ik begreep ook dat als ik dat zou proberen met mijn blinddoek op, ik onmiddellijk zou verdwalen. Ik zou niet weten waar ik was en waarheen ik moest en hoe ik ooit mijn questplek weer terug kon vinden. Dus plastic, matrasje en slaapzak waren in deze quest geen optie. Als Spirit het zo wil, doen we het zo. Ik beschikte over een goed regenpak: regenjas, regenbroek en goede laarzen. Dat was afdoende. En ook in zo ’n pak kan je ’s nachts op de grond slapen. Die voelde minder hard dan gedacht. Ik was vaker wakker, heb ‘s nachts ook wel gestaan, moest vaker van ligkant wisselen, maar verder was het absoluut goed te doen.

Aan het einde van de derde dag ging de wind liggen. Die nacht zou ik proberen wakker te blijven. Ik heb bijna de hele nacht gestaan. Omdat ik me op een kale heuvel bevond was er geen geluid. In een bos is er altijd gekraak van takjes, er zijn altijd kleine geluiden. Nu niet. Om de tijd te doden ging ik tot duizend tellen en op mijn adem letten. En verder was er de stilte. In die nacht ging ik me steeds meer verbinden met de stilte. In Zweden is het zomers nooit helemaal donker. Als ik geen blinddoek om had gehad dan had ik nog van alles kunnen zien. Nu kon ik niets zien en er viel niets te horen. Alleen stilte. Er bleek nog één verleiding, één uitdaging, één demon. Als ik mijn ogen dicht deed dan kreeg ik vaak beelden. En niet zo maar beelden: prachtige beelden, in heldere kleuren met prachtige vormen. Maar ik dacht: Nee! Hier gaat deze quest niet over. Dan ging ik zo geconcentreerd mogelijk naar de stilte luisteren en dan verdwenen de beelden. In die nacht werd ik meer en meer stilte. In die nacht werd ik één met de stilte.

Mijn begeleiders gaven de volgende dag een spiegeling, een duiding van mijn quest: volgens hen ging deze quest over het “zijn”.

Ik kreeg nog een schouderklopje en een toegift. Op het moment dat ik mijn vision quest beëindigde, in de vroege ochtend, volgend op die doorwaakte, indrukwekkende nacht, hoorde ik terwijl ik bezig was heel langzaam mijn blinddoek af te doen het geluid van raaf, die hard roepend aan kwam vliegen en over mijn heuvel vloog. Alweer een magisch moment.

Later die dag, in de zweethut, vervaagde mijn omgeving en was ik plotseling ergens anders, in een vroege tijd, in een traditioneel dorp. Ik zag mensen. Toen kwam er plotseling een witte wolf uit het bos naar mij toe. Hij huilde een aantal malen terwijl hij mij aankeek. Alsof hij me riep. Vanuit het sjamanisme staat de witte wolf voor je spirituele essentie. Daarna was ik weer gewoon terug in de zweethut. Dit visioen voelt voor mij nog niet als volledig begrepen en geïntegreerd. Maar ja, je kunt niet alles hebben.

Visioenen: een ‘gift’ van spirit

Ben ik uitzonderlijk gezegend dat ik zoveel visioenen heb mogen ontvangen in mijn leven? Ja, maar ook anderen krijgen visioenen. Tijdens de vision quests, die ik heb georganiseerd heeft misschien de helft van de deelnemers een visioen gekregen. En daarbij maakte het niet uit of het een vierdaagse quest betrof of een 24-uurs quest, als onderdeel van een langer durende training voor het bedrijfsleven.

  1. Afronding

En wat heeft al deze magie me gebracht? De Nederlander wil weten: waar is dat goed voor?

Als ik terugkijk dan zie ik de volgende stappen.

Tot mijn dertigste (iets eerder) was ik aan het overleven in deze wereld. Daarna begon mijn zoektocht in het leven. Stap voor stap. Steeds ondernam ik nieuwe initiatieven, onderzocht nieuwe benaderingen totdat ik op een gegeven moment een training sjamanisme binnenstapte en ‘THUIS’ was. Na mijn (t)huis gevonden te hebben, heb ik het schoon gemaakt, ben het gaan inrichten en daarna ben ik vanuit mijn huis gaan werken. Ik ging sjamanistische trainingen geven en iets later vision quests. In die trainingen bleef veel beweging zitten. Steeds nieuwe thema’s, die parallel liepen met mijn eigen ontwikkeling. Uiteindelijk leidde het na bijna 20 jaar tot het schrijven en publiceren van een boek, waarin ik 20 jaar sjamanistische ervaring verwerkte. Het bleek een afronding van een periode te zijn en de start van een nieuwe periode in mijn leven. Daarin lag veel meer nadruk op de organisatie en begeleiding van vision quests. Daarnaast kreeg ik veel meer privé sessies. Het aantal trainingen liep fors terug.

Nu ben ik aangeland in een situatie van “hoogbloei”. Ik heb het idee dat alles een voor mij bereikbare, maximale diepte heeft gekregen. Dat ik in mijn optimale kunnen zit. En het voelt helemaal rond. Ik kan mijn krachten en kwaliteiten volledig in de wereld zetten. Sjamanistisch gezien “ik leef mijn medicijnnaam”. Uiteraard zijn er altijd dingen om aan te werken, zoals het heet. Maar er is geen verlangen meer naar iets. Ik werd me bewust dat ik niet meer zoekende ben. Het is helemaal goed zo. Als ik nu sterf dan is dat prima. Zeker, ik wil nog veel doen, graag zelfs, maar het hoeft niet. Er is vervulling. Op zich is er niets meer te wensen.

Ik had een droom: dat ik een miljoen gulden had gewonnen, Ik wist er geen besteding voor. Ik kon niets verzinnen waar ik het aan uit wilde geven. Een verre reis? Ik heb jaren in de tropen gewerkt en heb veel internationaal werk gedaan. Nee, geen enkele behoefte aan een buitenlandse reis. Een nieuw huis? Ik ben tevreden met mijn huis. Een mooi zelfstandig huis uit 1924 met een mooie, bijzondere tuin. Nee, ik hoef niet groter of luxer te wonen. Een nieuwe auto? Ik heb er geen en hoef er geen. Ik houd van de trein, ik doe veel met de fiets en als het nodig is huur ik een deelauto. En andere dingen die ik zou willen kan ik kopen. En ik kan ook heel duidelijk voelen, dat het daar ook allemaal niet in zit. De essentie van het leven gaat over iets anders.

Ik had ook nog een droom. Je kent de uitdrukking wel: “Eerst Napels zien en dan sterven”. In mijn droom was ik daar mee bezig en vertelde mensen: “Nee hoor, het hoeft niet meer. Napels is niet meer wat het geweest is. Je hoeft Napels niet te zien.” Voor mij verduidelijkten beide dromen, dat het rond is. Ik doe precies de dingen die ik heel graag doe. Er is niet iets wat ik daarin zou willen veranderen. Ik leef nog graag lang en doe nog graag veel dingen, maar dan gewoon doorgaan zoals het zich aan dient. Ik blijf surfen op het leven. Er is wel één ding waar ik op hoop en dat is dat ik al die tijd mijn leven mag delen met mijn vrouw.

Terugkijkend op mijn leven is sinds ik mijn “thuis” vond mijn leven organisch verlopen. Heb ik eigenlijk geen beslissingen meer genomen. Voor mij voelt het meer alsof er zich iets aandiende, of dat ik een drang in mij voelde. En dat volgde ik maar. Dat deed ik maar.

Bijvoorbeeld mijn boek. Ik was absoluut niet bezig met het idee of ik al dan niet een boek zou schrijven. Ik denk dat als dat idee al was opgekomen, ik daar snel nee op had gezegd. Maar ik deed een vision quest bij de Navajo indianen (niet eten, niet drinken en niet slapen – je moet een vuurtje aanhouden). En de laatste nacht, vlak voordat het licht werd, werd ik wakker uit ingedommeld zijn met een tekst in mijn hoofd. Ik schreef de tekst op en dacht: goh, het lijkt wel het begin van een boek. Zou er een boek geschreven willen worden? En dat ben ik toen maar gaan doen. Zo was het ook met het geven van vision quests. Daar was ik nooit mee bezig geweest. Ik had me ooit afgevaagd: zal ik een vision quest gaan organiseren? Nee als ik dat had gedaan had ik zeker gedacht dat ik daarvoor nog niet voldoende ervaring had. Nee, er was plots een drang in mij. Plots een soort besef: er wil een vision quest gegeven worden. Daarna dacht ik: misschien wil Spirit me testen of ik bereid ben me in te zetten. Misschien hoef ik helemaal geen vision quest te geven, maar wel laten zien dat ik die bereidheid heb. En ik ben toen alles gaan doen voor een vision quest en dacht: als er voldoende deelnemers zijn dan geef ik een vision quest. Zijn er niet voldoende deelnemers dan geef ik hem niet. Ook prima. Maar er waren zes deelnemers en het bleek de start van iets dat later een centrale plaats in mijn leven zou krijgen. Voor wat betreft trainingen: iemand vroeg mij of ik samen met haar een training wilde verzorgen. Dat bleek ik heel erg leuk te vinden. Drie jaar hebben we dat samen gedaan, maar in het derde jaar kregen we teveel afwijkende ideeën en besloten we de samenwerking te stoppen. Toen ben ik voor mijzelf begonnen. Ik werd daarin gesteund doordat ik een verzoek kreeg van degene waar ik veel trainingen bij heb gevolgd of ik de oefeningen nog wist die we de eerste jaren gedaan hadden. En als dat zo was, of ik hem die wilde sturen. Ik had die nog en het werd voor mij een hele inspirerende ervaring om ze op te schrijven en daarmee ook weer te herbeleven. Ik voedde erg de impuls om zelfstandig trainingen te gaan geven. Zo ging het ook met trainingen voor het bedrijfsleven. Ik werd gebeld of ik een vision quest zou willen geven. Ik hoefde geen acquisitie te plegen. Ik zou dat niet gedurfd hebben. Zo ging het eigenlijk ook met mijn eerste vision quest.

Maar ook in mijn persoonlijke leven ging het zo. Mijn vrouw en ik woonden bijna dertig samen. Ik had in één van mijn eerste quests een visioen gehad over relaties, liefde en tederheid. Plotseling, jaren later terwijl ik op de fiets door het Deense landschap reed kwamen een inzicht boven dat ik met haar wilde trouwen. En vooral dat ik in een zelfontworpen ritueel bij mij thuis onze relatie met Spirit wilde verbinden. Daarna ook een burgerlijk huwelijk een ook nog een groot feest. Maar dat eerste, daar ging het om. Dat ritueel hebben we gedaan op de dag dat we dertig jaar daarvoor waren gaan samen wonen. Daarvoor was ik niet bezig geweest met de vraag of ik misschien wilde trouwen.

**  ** ** ** ** **  ** ** ** ** **  ** ** ** ** **  ** ** ** **  **  ** ** ** **

The breezes at dawn have secrets tot tell you

Don’t go back to sleep

You must ask for what you really want

Don’t go back to sleep!

People are going back and forth

across the doorstill where the two worlds touch

The door is open

Don’t go back to sleep!

 

 

 

 

Vision Quest en Sjamanisme voor persoonlijke ontwikkeling