Magie, het verhaal van Raaf; meest recente publicatie 10 en 11

10  Zeker weten

Het is nogal een verhaal, maar wel een heel mooi verhaal, dat over mijn vader, reeën en zeker weten. Je moet het mee gemaakt hebben om het te kunnen geloven. Maar het is wel een van de meest magische ervaringen uit mijn leven.

30 Jaar na zijn overlijden had ik binnen 2 maanden 6 ontmoetingen met een energie, die me fascineerde, niet meer losliet.

Ik had zes ongewone ontmoetingen met reeën. Ik heb in mijn leven veel in de bossen gewandeld en doe dat nog. Ik heb veel reeën gezien. Prachtige dieren. Elegant, subtiel en betoverend. Maar deze zes ontmoetingen waren anders. Het begon vlakbij een trainingscentrum, waar ik mijn vrouw afhaalde, die daar een training had gevolgd. Op zaterdagavond was er een feest geweest en op zondagmorgen hadden de deelnemers een afsluitende bijeenkomst. Ik liep vanuit het centrum het bos in. Ik had nog geen 100 m gelopen en was nog vlakbij het huis toen ik aan de andere kant van de struiken een ree zag grazen. Het dier leek mij ook op te merken. Het hief zijn kopje en snoof, graasde weer door, en keek weer op. We stonden vlakbij elkaar en hebben zo misschien 5 á 10 minuten gestaan voordat de ree wegsprong. Ongewoon lang, zelden zo lang een ree van zo dichtbij geobserveerd. Ik liep door, het bos in en kreeg behoefte te ratelen en te zingen. Daarna liep ik door, het was een beetje heuvelachtig. Nog geen 100 meter verder zag ik plots beneden mij een ree omhoog kijken naar mij. Even stonden we zo: oog in oog. Toen rende hij weg. Hoe kon dit nu? Ik had toch veel lawaai gemaakt. Dan jaag je ze toch weg?

Ik liep door, het was een mooie warme zonnige dag begin juni. Ik kwam bij een wei met een boom waaronder koeien lagen. Ik vond het net een landschap van de schilder Albert Cuyp. Ik klom over het hek en ging zitten, me lavend aan dit mooie tafereel. Plots kwam er een ree uit de bosjes tegenover mij. En daar bleef het niet bij, er kwamen drie reekalfjes achteraan. Gevieren gingen ze staan grazen. Ik hield mijn adem in, dit kom toch niet waar zijn. Niet eerder had ik drie reekalfjes gezien en van zo dichtbij. Ik voelde me overrompeld, zoveel ree aanwezigheid in zo ’n korte tijd. Het hield me bezig. Ik wist geen antwoord. Mijn ratio kon niets bedenken.

Het tweede deel van deze belevenissen speelde zich een maand later af. Ik had me ingeschreven voor een zomerweek met Daan van Kampenhout in Zuid-Frankrijk. Ik ging ernaar toe met fiets en fietsbus. Het was een nacht in de bus en twee dagen fietsen vanaf waar de bus mij afzette naar de plek voor de zomerweek. Eén nacht wild kamperen in de open lucht. Tenslotte was dit Zuid-Frankrijk. Toen ik na een nacht slapen in de bus naar buiten zat te kijken zag ik in een veld een ree staan die (zo ervaarde ik dat ) met voorpoten wijds naar mij stond te kijken. Net als de ree in het bos een maand eerder. Ik was op slag wakker en gealarmeerd. Wat was dit nu toch met die reeën? Het was een ongewone pose. Zo stonden ze niet. Reeën grazen of kijken op, maar niet zo wijdbeens recht naar mij toe, terwijl ik in een bus zit op de snelweg. Die nacht sliep ik midden in een bos, op een geschikte plek.

’s Ochtends werd ik wakker van een galopperend geluid. Ik schrok op, zat rechtop in mijn slaapzak, er denderde iets langs me. Ik keek om en zag een grote mannetjes ree, steigerend op twee poten en brullend naar mij. Toen was hij weer weg. Ademloos bleef ik achter. Het was een verpletterend viriel geluid en het beeld liet me niet meer los. Meer dan wat ook was het een energie. Eigenlijk in al die ontmoetingen zat een energie, die zo bekend was, die iets in mij raakte, maar wat?

Die dag kwam ik aan in het centrum in de Dordogne. Ik zette mijn tent zo ver mogelijk weg van het huis. Die avond ging ik niet al te laat naar mijn tent. Ik wilde net in mijn slaapzak gaan toen er een aantal reeën langs mijn tent galoppeerden. Ik had het niet meer. Ik deed die nacht geen oog meer dicht.

Nu is er nog iets dat ik moet vertellen voordat ik dit verhaal kan afronden. Ik was in deze tijd bezig met de relatie met mijn vader. Die was jong overleden. Hij was 55 jaar en ik 14. Na zijn dood had ik hem gewist uit mijn herinnering. Voor mij had hij altijd op een grote, onbereikbare hoogte gestaan en ik had het gevoel dat hij hevig teleurgesteld was in mij als zoon. 30 Jaar lang had ik niet aan hem gedacht. Mijn moeder vroeg er wel eens naar “denk je nog wel eens aan je vader?” Oh, ja ik had een vader dacht ik dan. Maar in deze tijd, nu mijn zoektocht in het leven inmiddels zo ‘n 20 jaar gaande was, had ik twee sessies gedaan bij de peetvader van de reïncarnatie therapie, Hans van Dam. In die sessies was mijn vader prominent naar voren gekomen. Als gevolg daarvan had ik het idee opgevat om een nacht wakker te blijven en te kijken of ik “contact” met hem kon krijgen of in ieder geval herinneringen of zo. Tenslotte was hij mijn vader. Daan had gesuggereerd om zo’n nacht in deze week te doen. Dat paste ook helemaal in het thema van deze week, de “Lodge of the Ancestors”.

Een van de eerste dagen ging ik naar buiten om een goede plek te zoeken waar ik een nacht kon doorbrengen om te kijken of ik contact kon krijgen met mijn vader. Toen ik naar buiten ging begon het te regenen. Ik ging maar weer naar binnen, het kon ook later. Na de lunch ging ik weer naar buiten. Het begon opnieuw hard te regenen. Ik ging maar naar mijn tent om te schuilen en even op mijzelf te zijn. In mijn tent gekomen nam ik een notitieschrift. Er viel een blaadje uit. Ik pakte het. Het was een gedicht dat mijn vader geschreven had. Voor zover mij bekend had hij twee gedichten gemaakt, een kende ik goed en dit gedicht had ik enkele jaren geleden gevonden in de nalatenschap van mijn moeder na haar overlijden. Ik begon het gedicht te lezen. Mijn adem stokte. Er sprak een sterke indringende viriele energie uit. Dezelfde energie die ik geproefd had bij de steigerende ree enkele ochtenden eerder. En als donderslag bij heldere hemel werd het me duidelijk: in al die bizarre ontmoetingen met reeën zat die energie van mijn vader. Mijn vader had zich vijf keer aan mij vertoond! Ik zocht hem en hij liet zich zien!

Op dat moment werd er diep in mij iets heel erg geraakt. Ik voelde een intense erkenning. Een erkenning die ik tijdens zijn leven niet gevoeld had, maar zo ongelooflijk gemist had. Ik schreeuwde, brulde het uit. Er kwamen tranen, heel veel tranen. Ik kwam steeds dieper bij mijn verdriet. Ik ging tot de bodem, ik kwam bij de bron van mijn verdriet en ervaarde een catharsis! En: ik voelde me zo gezien door hem, zo erkend. Wat een ongelooflijke gift, wat een ongelooflijk cadeau.

En wat misschien wel het meest onwaarschijnlijk was: die zekerheid. Er was geen spoortje twijfel. Ik wist zeker dat mijn vader aan mij was verschenen in de gedaante van ree. Ik, die altijd onzeker is, die altijd twijfelt. Al mijn hele leven lang. Het was een levens veranderend inzicht.

Op dat moment ook wist mijn ratio zich geen raad meer. Op dat moment gaf mijn ratio zich over: ja, er is een andere perceptie van de werkelijkheid mogelijk. Een werkelijkheid waarin de gebruikelijke natuurwetten niet gelden. Een magische werkelijkheid. Mijn ratio kon er niet meer omheen.

Dit verhaal is zo doordrenkt van magie, van synchroniciteit, van “als het niet geregend had, was ik niet naar mijn tent gegaan; als het briefje niet na al die jaren net nu uit mijn notitieboek was gevallen… als niet net… etc..

En dan de vraag van de ratio: hoe kan dit, wie doet dit of nog beter: welke kracht is hier aan het werk?

En het verhaal is nog niet afgelopen. Het kreeg nog twee staartjes.

Ik heb mijn verhaal gedeeld met de groep. De kok was erbij. Het was zijn tweede week. De week ervoor was er ook een groep geweest. Naderhand schoot hij me aan. Hij wilde me nog iets vertellen. De laatste middag dat de groep bijeen was waren ze buiten en zagen een ree, die naar de groep stond te kijken. Het was zo bijzonder geweest, want op een gegeven moment stond de hele groep te kijken en de ree bleef staan kijken. Zo stonden ze een tijdje, de ree en de groep, tot die wegrende. De hele groep had zich erover verwonderd.

Na afloop van deze zinderende, magische week, waarin er nog veel meer bijzondere dingen gebeurden en het een aaneenschakeling was van gebeurtenissen met een grote synchroniciteit tussen de deelnemers, kwam mijn vrouw me afhalen en gingen we naar een camping dichtbij. Aan het eind van de middag stond plotseling de eigenaar van het centrum voor onze tent. Ook hij had nog iets toe te voegen. Aan het begin van de middag was hun hond plotseling in de buurt van het huis gaan graven en had geblaft. Toen ze kwamen kijken vonden ze een gewei van ree. Ook zij kenden mijn verhaal en vonden dat het gewei bij mij hoorde. Ze waren me gaan zoeken op de camping en hadden me nu gevonden. Innig dankbaar heb ik het gewei in ontvangst genomen. Thuis in Nederland heb ik er een voorouderaltaar van gemaakt. Het staat nog steeds in mijn woonkamer.

Is dit verhaal te bizar voor woorden? Is dit een uniek, uitzonderlijk verhaal? Overkomt alleen mij zoiets? Nee, na al die jaren blijkt dit niet ongewoon. Het blijkt een manier waarop overledenen zich tonen aan nabestaanden. Een manier waarop ze contact zoeken of leggen met levenden.

Twee voorbeelden. Ik ben in mijn vrije tijd ook buurtbemiddelaar. Als vrijwilliger bemiddel je bij ruzies tussen buren in je eigen wijk. Je doet dit altijd met z’n tweeën. Na afloop ging de andere bemiddelaar nog even met mij mee voor een kop koffie en om na te praten over onze ervaring. Ik had het op een gegeven moment ook over mijn sjamanistische levenswandel. Hij keek me aan en zei toen dat hij ook wel een vreemde ervaring had. Hij fietste vaak in de avond door een bos en kwam een keer een dier tegen. Hij wist niet precies wat het was, maar voelde onmiddellijk dat het zijn overleden grootvader was. Verder had hij niet veel met dit soort dingen, maar dit wist hij zeker.

Onlangs was ik gastdocent bij een sjamanistische jaartraining. Een deelnemer vertelde dat hij tijdens het overlijdensproces van zijn vader een jaar geleden steeds reeën had gezien. Dat had hij wel bijzonder gevonden en hij interpreteerde het ook als een soort boodschap. Hij zat nu in een moeilijke periode in zijn huwelijk, een scheiding dreigde. Hij wist niet wat te doen. De afgelopen week had hij twee keer bijna met de auto een ree aangereden. Beide keren was de ree vlak voor zijn auto over gestoken. Beide keren kon hij hem gelukkig ontwijken. Hij vertelde dat het zijn overleden vader was, die liet weten hem te steunen. Voor hem voelde dat ook als een zekerheid. Geen twijfel. En ook voor hem was dat gevoel van zekerheid bijzonder.

Deze verhalen staan niet op zich. Er zijn veel meer van dit soort verhalen. In de mythologie en in boeken. En ze worden vaak vergezeld met dat gevoel van zekerheid. Die zekerheid die juist gevoeld wordt bij dit soort onwaarschijnlijke verhalen.

  1. Synchroniciteit in Amerika

Ik heb er al eerder over geschreven. Die op het eerste oog los van elkaar staande gebeurtenissen, waar toch een samenhang tussen blijkt te bestaan. De beroemde Zwitserse psycholoog Jung noemde het synchroniciteit. Iedereen kent het op een bepaalde manier wel. Het bekendste voorbeeld: je denkt net aan iemand, waar je jaren niet aan gedacht hebt en op hetzelfde moment belt diegene je.

Ik ben het veel tegen gekomen in mijn leven. Veel daarvan is eigenlijk “te gek om waar te zijn”. En toch gebeurde het. Eén zo’n samenloop van omstandigheden behoort tot de meest spectaculaire. Het gaat om gebeurtenissen rond en tijdens een reis in de VS een aantal jaren geleden. Ik ging naar de School of Lost Borders. Een toonaangevend instituut op het gebied van de vision quest. Ik ging daar een heel speciale training doen, de “Ballcourt”. Deze training is geënt op het balspel van de Maya’s, dat in een speciaal veld bij hun pyramides werd gespeeld. Eens in de veertig jaren kwamen de beste spelers uit het Maya-rijk bij elkaar. Degene die won mocht dood. Degene die verloor moest blijven leven. Leven was immers lijden en de dood was een begeerlijker status. De kern van de twaalfdaagse training werd gevormd door een vierdaagse vision quest, met als thema “leven en dood”. De eerste dag wijdde je aan je besluit om de training te gaan doen (het balspel te gaan spelen). De tweede dag besteedde je aan “in het reine komen met je omgeving”. Want als er iets is waarmee je nog niet in het reine bent, word je afgeleid tijdens het balspel en verlies je de wedstrijd. De derde dag ging over in het reine komen met jezelf. Want als er nog iets is waar je niet mee in het reine bent met jezelf word je afgeleid bij het balspel en verlies je op de Ballcourt. De vierde dag ging je naar de Ballcourt om te spelen. Na de training gingen mijn vrouw en ik nog twee weken met een huurauto op vakantie o.a. in de prachtige natuur van de Mohave Dessert en Joshua Tree National Park.

Op deze reis ging alles mis. Gelukkig niets ernstigs, niets rampzaligs, maar wel heel systematisch. En ook de buitenwereld deed daar volop aan mee.

Het begon met het via internet inchecken van onze vlucht naar Las Vegas. Van daar uit ging de reis per huurauto via Death Valley (met het laagste punt van de VS) naar de Owen Valley in Zuidoost-Californië, waar de School of Lost Borders is. Ingebed tussen de Inyo Mountain Dessert en de Sierra Nevada (met het hoogste punt van de VS). De vluchten waren omgeboekt van KLM naar Delta Airlines en daarbij was iets mis gegaan met onze vlucht. Die was er nog wel, maar was niet via internet vindbaar. We konden alleen op Schiphol inchecken. Met enig gedoe lukte dat. Daardoor hadden we echter niet de gereserveerde plaatsen aan het raam. We kwamen ergens midden in het toestel terecht. Op zich niet erg, maar het bleek dat ik de enige of een van de weinige plaatsen had, waar onder de stoel voor mij een metalen plaat zat, waardoor ik mijn benen niet kon strekken. Negen uur lang niet. En de vlucht was vol, dus er was geen andere plaats beschikbaar. Het viel mee. Het lukte om de reis redelijk te overbruggen. Bij aankomst op de luchthaven bleek de rugzak van mijn vrouw niet bij de bagage te zitten. In plaats van meteen door te reizen, moesten we een dag in Las Vegas blijven en hebben eerst ’s ochtends noodzakelijke, ontbrekende spullen aan geschaft. Daarna zijn we met onze auto naar de Red Rock Canyon Mountains gegaan. Een mooi bezoek. Om twaalf uur ’s nachts werd er op onze hotelkamer geklopt en werd de rugzak gebracht. De mogelijkheid om gelijk door te reizen en in Death Valley een medicijnwandeling te doen, was echter verdwenen.

De training begon op een camping in de vallei, de Owen Valley. De dag erna zouden we naar het basiskamp, diep gelegen in de Inyo Mountains, gaan. Maar de Inyo Mountains hadden net een van de koudste winters ooit achter de rug en er lag nog sneeuw. We moesten daarom enkele dagen langer in de vallei op een gewone camping blijven. Na enkele dagen konden we alsnog de bergen in. Bij terugkomst van de vierdaagse quest was het weer omgeslagen en was het heet geworden. Zelden was het in deze tijd van het jaar zo heet geweest als nu werd ons verteld.

De training verliep goed tot aan de dag dat we zelf onze vision quest plek gingen zoeken. Ik doe dat heel intuïtief en voel waar mijn voeten heen willen. Dat gaat heel goed en na enige tijd had ik een prachtige plek gevonden waar ik heel blij mee was en die heel goed voelde. Ik ging heerlijk in de rust en stilte zitten, genoot van het uitzicht en het vooruitzicht hier vanaf de volgende dag vier dagen te blijven. Toen hoorde ik echter plotseling stemmen en geluiden. Nogal dichtbij. Verstoord keek ik op en ging op onderzoek uit. Het bleek dat ik onbewust in een rondje had gelopen en dichtbij het basiskamp zat. Ik kon de geluiden daarvan horen. Dat was niet de bedoeling en dat was niet de rust en stilte waar ik naar verlangde. Ik heb de plek dus maar gelaten en ben op zoek gegaan naar een nieuwe plek, beter oplettend dat ik nu in de goede richting liep. Na veel zoeken vond ik een nieuwe, maar ik voelde me er minder thuis dan op de vorige. Ik ben er vier dagen gebleven, maar kon er mijn draai niet helemaal vinden. Het kwam niet meer echt goed tussen mij en de plek.

Op de vroege ochtend van de dag waarbij ik aan de vierdaagse vision quest zou beginnen werd ik wakker, keek naar mijn pink en zag dat hij er slap bij hing. Geen pijn of wat dan ook, maar er zat geen kracht of beweging in. Later bleek het een zgn. “mallet” pink te zijn. Ik had er niets van gemerkt. Fysiek voelde ik me een wrak. Ik had intens last van hartritmestoornissen. Dat heb ik al veertig jaar, maar nooit in die mate als die ochtend. Je zou snel denken: dat zijn de zenuwen, maar het was mijn zesde vision quest en ik had dit nooit eerder gehad en ik voelde me ook niet extra gestressed of wat dan ook. Ik kon niet staan. Zodra ik ging staan had ik het gevoel bewusteloos te raken. Dat heb ik daarvoor en daarna nooit meer gehad. De poort, waar je doorheen gaat van de alledaagse wereld naar de vision quest wereld, is een cirkel gemaakt van stenen. Eén voor één stap je de poort binnen, krijgt een gebed mee van de begeleiders en stapt er uit en gaat alleen naar je vision quest plek. Ik was niet in staat daar te staan. Ik zat op een stoel. Ik was niet in staat zelf mijn bagage te dragen. Eén van de assistenten heeft dat voor mij gedaan. Ik keek naar mezelf met mijn enorme ervaring als quester (er zelfs al zes gedaan) en als doorgewinterde vision quest begeleider. Al tien jaar organiseerde ik ze. Nu: een oud mannetje dat bij de poort op een stoel zat en niet in staat was zijn bagage te dragen. Ik moest mijn zelfbeeld even flink bij stellen.

Die vier dagen en nachten ging het door.

Mijn pink bleef natuurlijk lam. Het bleef ongewoon koud: mijn water was ’s ochtends bevroren. Daarom had ik bedacht dat ik vanwege de kou overdag op de heuvel zou bivakkeren, maar ’s nachts beneden in de vallei. Daar was het warmer en had je minder last van de wind. Tenslotte sliep je alleen maar beschermd door een plastic zeil dat aan één kant open was. Overdag was het zonnig. Maar de vallei grensde op enige afstand aan een soort onverharde weg. Geeft niet, hier komt toch niemand. Dit is “no-mans-land”. Dat was een misrekening. Al op de eerste dag werd ik gestoord door een aanzwellend lawaai. Ik ging naar een plek waar ik de weg kon zien en zag tot mijn verbazing het ene voertuig na het andere aankomen. Het bleek een soort konvooi te zijn. Ik schrok want vanaf de weg was mijn plastic “schuil” tent zichtbaar. Een stuk of twintig auto’s (vooral landrovers) passeerden mijn plek. Tot mijn schrik stopten ze. Maar tot mijn opluchting reden ze vlak daarna weer door. Bijna iedere dag kwamen ze langs en was de buitenwereld dus opdringerig aanwezig! Mijn plek bleek op meerdere punten niet ideaal.

Tijdens die vier dagen explodeerde plotseling mijn zaklamp toen ik hem aandeed. Ik had hem al lang, maar nu was het moment daarvoor. Het lampje sprong echt uit elkaar. De laatste nacht voelde de grond plotseling erg hard. Mijn isolatiematje bleek lek. Ook dit had ik meer dan tien jaar en ik had er ieder jaar mee gekampeerd. Nu was blijkbaar het moment.

Twee nachten heb ik hele nacht gewandeld. Prachtig om te doen. Maar de eerste keer kon ik natuurlijk mijn plek niet meer vinden. Door heel systematisch terug te gaan lopen lukte dat alsnog. De laatste dag ging je naar de “Ballcourt”. Het viel bijna te voorspellen, maar ik kon de weg terug niet meer vinden. Lang heb ik lopen zoeken in bekend en soms in totaal onbekend terrein. In zo ’n situatie kan ik wanhopig worden en koortsachtig, ongecontroleerd en niets ontziend door de natuur gaan ronddolen. Uiteindelijk kwam ik in een gebied dat ik weer herkende en kwam in de buurt van mijn plek. Maar eerst nog stormde ik als een dolle stier midden door de plek van mijn buddy. Ik dacht dat ze er niet was en nog op de Ballcourt was, maar toen ik mijn heuvel op klom zag ik dat ze onder haar plastic cover zat. Op dat moment ging ik door de grond. Ik, die quests begeleid en er altijd op hamer om de plek en de afzondering van de quester te respecteren, altijd uitleg dat de afzondering heilig is, struinde zo maar dwars door het heilige gebied van mijn buddy. Mijn hele zelfbeeld kantelde. Ik begreep: ik ben iemand die je niet kan vertrouwen! Ik voelde alleen nog ellende. Wat een blunder! Gelukkig had ik op mijn plek een boom, die ik als “voorouderboom” had bestempeld en waar ik zo nu en dan bij ging zitten om met de voorouders te praten. Ook nu leek me er nog maar een mogelijkheid: er met de voorouders over praten. En gelukkig, die vroegen: “Rob, heb je ook bedacht dat een mens een fout kan maken. Dus vraag jezelf af of je iemand bent die niet te vertrouwen is of dat je een fout hebt gemaakt”. Een hele geruststelling, maar het gevoel van een kater bleef.

Ook tijdens de quest ging het anders dan gepland. Omdat ik net mijn eerste boek had gepubliceerd en nu zo’n ruim twintig jaar met sjamanisme bezig was, hadden de begeleiders mij voorgesteld om tijdens de vier dagen dat te vieren. Vier je boek en twintig jaar sjamanisme. Dat leek me een heel goed idee. Ik geloof dat ik dat op de tweede dag van plan was. Ik ging er eens voor zitten om alle mooie dingen uit de afgelopen twintig jaar boven ter laten komen. Maar het tegenovergestelde gebeurde: er kwamen alleen maar missers. Grote en kleine blunders uit mijn leven kwamen langs. Het werd een ritueel van schaamte, van missers, van dingen, die ik fout had gedaan, van diep ellendig voelen.

Met de quest en de training was het nog niet afgelopen. Na de vision quest ging het door. De synchroniciteit ging door!

Tijdens een wandeling in de bergen van Joshua Tree National Park (met hele stille campings waardoor je onder de sterren zonder tent kon kamperen) liet plotseling de zool van een van mijn bergschoenen los. En niet zo maar: in no time had de hele zool los gelaten. Gelukkig was ik in het bezit van elastiekjes en kon ik de zool op die manier provisorisch vast maken en er op doorlopen. Een half uur later gebeurde hetzelfde met de zool van de andere schoen. Bergschoenen, waar ik al jaren met veel plezier op liep hadden besloten om op deze reis beide binnen een half uur onklaar te worden. Geen zool, die wat gaat wijken en daarna iedere wandeling wat verder gaat zoals je zou verwachten. Nee, plotdeling in zijn geheel loslaten! Allebei.

Op een dag gingen we met onze huurauto naar één van de prachtige campings. Deze lag boven de 3000 m hoogte. Toen we daar aangekomen de motor wilden uitzetten konden we de sleutel niet omdraaien. Die bleek vast te zitten. En niet zo maar een beetje. Wat we ook probeerden we kregen er geen beweging in en de motor bleef lopen. Gelukkig kwam er een klein konvooi Amerikanen aan, bereid om te helpen en met enkele deskundigen in hun midden. Maar na een uur gaven ze het op. Het lukte niet. We besloten terug te gaan naar de vallei en in het dorp te bellen met ons autoverhuur bedrijf. Ook in het dorp bleken er mensen te zijn, die zich met al hun technisch kunnen op de auto wierpen, maar ook zij zonder resultaat. Er was geen beweging in de sleutel te krijgen en de motor bleef rustig doorgaan. Na veel overleg bleek ook het verhuurbedrijf overtuigd dat er maar één oplossing was: een vervangende huurauto. Die moest van ver komen. De rest van de dag zaten wij in tuinstoeltjes het wel en wee van het dorp gade te slaan. Totdat tegen elf uur ’s avonds de huurauto kwam en de monteur via het losmaken van kabeltjes de motor eindelijk uit kreeg.

Maar ook na de vakantie had Spirit nog een toegift in petto. Ik ging met mijn lamme pink naar de dokter, die me doorstuurde naar de plastisch chirurg. Er bleek een zenuw losgescheurd, waardoor een verbinding verbroken was. Het kon herstellen door de pink in het gips te zetten. Zes weken lang ben ik naar het ziekenhuis geweest om steeds weer nieuw gips te halen. Daarna kwam ik terug bij de plastisch chirurg. Die ontstak in woede, want het was niet goed gedaan. De pink had rechter gezet moeten worden. Er zat nog iets speling in waardoor de pees niet geheeld was. Er werd onmiddellijk kwaad naar de betreffende afdeling gebeld. Het moest over! Maar omdat er zo lang verstreken was, moest het nu drie maanden gespalkt worden. Na die drie maanden was de pink deels hersteld en daarmee was dit verhaal van de ongelooflijke overvloed aan synchroniciteit beëindigd.

En de betekenis? Waarom moest dit alles in zo’n onvoorstelbare veelheid van gebeurtenissen plaats vinden?

Mijn begeleiders bij de training zeiden: “Deze quest gaat over het missen van een degelijk anker in de alledaagse wereld. De alledaagse werkelijkheid”. Ik heb een prachtig anker in de andere werkelijkheid en ik had/heb ook een prachtig anker bij mijn vrouw (al dertig jaar samen).Maar ik heb geen degelijk anker in de alledaagse werkelijkheid. Vooral voel ik me mede verantwoordelijk om een bijdrage te leveren aan het oplossen van alle ellende in de wereld. Ik wind me erover op. Het haalt me uit mijn kracht. Ik laat me er door meeslepen de verontwaardiging in. Ik laat het niet bij Spirit.

En de quest ging natuurlijk over “overgave”, zoals dat ook heet “meegaan met dat wat is”. Patronen worden doorbroken, permanent wordt flexibiliteit gevraagd.

Sindsdien ben ik me veel meer bewust geworden van mijn gebrekkige relatie met de alledaagse wereld. En heb ik ook stappen gezet om die te verbeteren. Zo ben ik b.v. buurtbemiddelaar geworden, bemiddelen in burenruzies in je eigen wijk in de stad. Ik heb me aangesloten bij een actiegroep voor schone lucht in Rotterdam en bij een energiecollectief. Maar het werkt ook andersom: de buitenwereld bemoeit zich ook meer met mij. Zo ben ik gevraagd voor en geef ik nu ook vision quests aan het bedrijfsleven. Mensen die niet zomaar een spiritueel pad lopen.

Zes vision quests had ik al gedaan. Nooit eerder was ik zo aan het knoeien, was het zo ’n gedoe, was het zo’n zoeken, zo niet je plek vinden. Zoveel schaamte, ellendig voelen, alsof ik aan het begin van mijn zoektocht in het leven stond. Het was ook een roep om nederigheid.

Ondanks dit alles was er ook veel moois, zelfs in deze quest.

En hoe magisch was niet deze ongelooflijke keten van voorvallen, waarbij iets mis ging. In de buitenwereld en in de binnenwereld. Wat een adembenemende synchroniciteit.

 

Vision Quest en Sjamanisme voor persoonlijke ontwikkeling