Magie, het verhaal van Raaf; vorige publicatie 1 t/m 9

  1. Het belangrijkste besluit uit mijn  leven.

Ik liep als student op een warme, zonnige ochtend door de Jan Luyckenstraat in Amsterdam. De wereld was goed. Ik voelde hoe plotseling mijn hart een sprongetje maakte. Een soort korte onregelmatige versnelling. Even later was alles weer normaal. Maar het gebeurde vaker. Het maakte me niet angstig, het maakte me niet bezorgd. Het leidde wel tot, wat later, een van de belangrijkste besluiten uit mijn leven bleek. Ik besloot dat dit kwam doordat ik niet in harmonie met mezelf en met de buitenwereld was. En mijn besluit was dat ik hier iets aan moest doen. Dat besluit ben ik altijd trouw gebleven. Overigens ging ik ook naar een arts.

Ik studeerde af en ging een aantal jaren naar de tropen. Na vier jaar kwam ik terug en was een aantal intense ervaringen rond mijn hartritmestoornissen rijker. Het ging niet goed. Op een gegeven moment gingen ze niet weg Mijn hartritme bleef onregelmatig. Dag in dag uit. Medische hulp bracht me een electroshock. Het hielp. De arts was blij en tevreden. Maar een aantal weken later ging het weer mis. Wat te doen? Ik kon toch niet om de paar weken naar het ziekenhuis voor een electroshock. Dagen later ging ik toevallig zwemmen. Tijdens het zwemmen werd mijn hartritme weer normaal. Ik deed een belangrijke ontdekking. Als ik last had van mijn hartritme moest ik het een tijdje laten gaan, b.v. een dag. Daarna moest ik iets ritmisch en inspannends gaan doen, b.v. fietsen, joggen of zwemmen. Dan ging het weer goed.

Mijn huisarts wist een andere oplossing: hij schreef me medicijnen voor. Die zou ik de rest van mijn leven moeten slikken. Hij werd echt kwaad toen ik dat niet wilde. Het waren de best onderzochte medicijnen en ze hadden nauwelijks bijwerkingen. Waarom deed ik zo moeilijk?

Ik veranderde van huisarts en kwam bij een antroposofische arts terecht. Die begreep me, dacht mee en hielp me op verantwoorde wijze mijn medicijngebruik af te bouwen. Daardoor kreeg ik wel regelmatig last van een te snel of onregelmatig kloppend hart. Maar ik had nu uitgevonden dat ik er iets aan kon doen. Dat ben ik al die jaren erna ook blijven doen. Maar het “belangrijkste besluit van mijn leven” bracht me wel op een pad van zelfonderzoek en zelfontplooiing. Ik deed aan praatgroepen, communicatie trainingen, Gestalt, meditatie, ging aan yoga doen en werd daardoor zo geïnspireerd dat ik de leraren opleiding ging volgen zonder yogaleraar te willen worden. Ik werd het wel. Maar bleef zoeken. Soms had ik toch wel veel last, soms werd ik helemaal wanhopig. Ik deed van alles, voelde me er steeds beter bij, maar één ding veranderde niet, nooit: mijn hartritme stoornissen bleven een constante. Ze werden niet erger, maar ook niet beter. Vrienden zeiden: houd er toch mee op. Je ziet dat het niet helpt. Maar als ik dan diep in mezelf luisterde, was er een stem die zei: vertrouw; je zit op de goede weg. Ik vertrouwde die stem. En bleef zoeken en doorgaan. Tot ik door een magische samenloop van omstandigheden een artikel over sjamanisme las. Ik herkende de dingen die daarin verteld werden en besloot een weekend mee te doen. Het begon op een vrijdagavond. Binnen een uur voelde ik me voor het eerst van mijn leven thuis! Vijftien jaar had ik gezocht, van alles geprobeerd. Als ik terug keek op alles wat ik gedaan had, kon ik zien dat ook alles een positieve bijdrage had geleverd aan de verbetering van mijn levensomstandigheden. En dat het me uiteindelijk bij het sjamanisme had gebracht: mijn nieuwe huis, thuis.

Vervolgens werd ik stevig op het pad van het sjamanisme gezet door een keten van magische gebeurtenissen, waar ik niet meer omheen kon. Gebeurtenissen die mijn ratio niet kon plaatsen. Na een jaar moest mijn ratio zich overgeven: er is een andere “magische” werkelijkheid. Dit boek gaat over die magische werkelijkheid. Magisch als een fenomeen dat wetenschappelijk niet kan en tóch gebeurt!

En dan blijken veel meer mensen “magische” ervaringen te hebben. Maar ze zijn het zich niet bewust of ze noemen het niet zo. Of ze durven er niet echt over te praten. Bang uitgelachen te worden.

Voor die mensen is dit boek in de eerste plaats. Want ze zijn niet de enige. Steeds meer mensen komen er voor uit. Steeds meer mensen maken iets “magisch” mee. Het is niet meer te houden. Eigenlijk is magie iets heel gewoons, iets alledaags. De rest van de wereld wist dat al. De westerse wereld begint het schoorvoetend toe te geven.

 

  1. Hoe zullen we “HET” noemen?

Parallelle werelden? Stephen King weet er alles van. Deze schrijver is niets te gortig. Misschien weet hij er veel meer van dan ikzelf. Misschien heeft hij toegang tot werelden waar maar weinigen op deze aarde toegang toe hebben.

Morfogenetische velden? Dan kijken we naar de wetenschapper Rupert Sheldrake. Alles en iedereen is met elkaar verbonden via energetische velden. Niet zo’n onwetenschappelijk idee. Alles is immers energie.

Ik ga nog een stap verder.

Er is een energetisch veld, waarin veel kan gebeuren, waarin dingen plaatsvinden die we magisch noemen. Meer nog: er zit ook een intelligentie in, die er sturing aan geeft. Die zorgt dat er dingen in mijn leven gebeuren, die ik niet voor mogelijk had gehouden.

Een dode houtsnip voor mijn keukendeur in het centrum van Rotterdam. Een vleugel (fazant) gevonden tijdens een fietstocht in Denemarken en een volstrekt identieke vleugel voor mijn treincompartiment op het perron van het station in Kopenhagen vijf dagen later. Een vleermuis die mijn haar aanraakt, een sneeuwuil, die uit zichzelf voor mij op een reling gaat zitten tijdens een roofvogelshow in Engeland.

Het zijn voorvallen, die (bijna) onmogelijk zijn, op zijn minst erg onwaarschijnlijk. Maar vooral de optelsom van deze voorvallen in mijn leven zet de statistiek buiten werking. De kans dat al deze voorvallen bij één mens plaatsvinden, kan statistisch gezien niet!

Het is magie. Daar gaat dit boek over. En over verwondering, over verbazing, verbijstering. Ongeloof. Geen antwoorden hebben. Maar veel voorbeelden. Heel veel voorbeelden van anderen en van mij over magie. Over de aanwezigheid van magie in een technologische, wetenschappelijke wereld. En een oproep: “open je voor deze magie”. Meer hoef je niet te doen. Duw het niet (meer) weg. Het is er voor iedereen. De parallelle wereld bestaat echt!

Ik begrijp het als je me niet gelooft, maar het zal je veel brengen, het heeft je veel te bieden als je me wel gelooft.

  1. Christendom

 Eén van de merkwaardigste kanten van het Christendom vind ik het onvoorwaardelijke geloof in de Bijbel als Gods woord.

Het is duidelijk dat veel, zo niet alle oude volken een mythologie kenden, die zicht gaf op het ontstaan van de wereld en de mensheid. Ik ben verbonden met de Navajo indianen en ook zij hebben een prachtige mythologie waarin “Spider Woman” een hoofdrol speelt.

Het is nog niet zo ’n gek idee om de schepping toe te schrijven aan een vrouw of Godin, dat is zelfs biologisch gezien nogal logisch. Voor zover ik weet is het Christendom ook de enige religie (uiteraard naast het Jodendom) waarin de vrouw uit de man voortkomt. In alle andere religies komt de man uit de vrouw voort.

Daarnaast is, ook al door de dode zee rollen steeds duidelijker dat het niet één tekst betreft, op één bepaald moment door God gedicteerd. Maar dat het teksten betreft waar in oude tijden al verschillend over werd gedacht en over werd gediscussieerd. In de loop van de tijd zijn er een aantal teksten uitgekozen, die de huidige bijbel vormen.

Ik ben Nederlands hervormd opgevoed. Bij ons thuis betekende dat iedere zondagochtend naar de kerk. Als kind kan je de dienst met preek niet volgen. Dus kerk betekende: stil zitten en me vervelen. Na mijn pubertijd had ik dan ook een soort allergie voor het instituut kerk en daarmee ook voor de bijbel. Eigenlijk was dat heel nuttig, want ik had wel interesse in de essentiële vragen van het leven. De allergie zorgde ervoor dat ik een levendige interesse had in andere religieuze/spirituele stromingen. En dus ook voor sjamanisme toen dat op mijn pad kwam.

Inmiddels ben ik me meer gaan verdiepen in het christendom en de bijbel en kom ik er, op mijn manier, goed mee uit de voeten.

Voor mij ligt nu de essentie van het Christendom in de kruisiging en opstanding van Jezus en in zijn belangrijkste uitspraak: “heb uw naaste lief als uzelf”.

Het belangrijkste moment in het kruisigingsverhaal is voor mij het moment dat Jezus roept: “mijn god, mijn god waarom hebt ge mij verlaten”. In het sjamanisme zouden we dit de “dark night of the soul” noemen. Het zwartste moment in iemands leven. Want pas als je je volledig kan identificeren met het donker, als je ten diepste het donker in je kan voelen, is er de verlossing, de bevrijding, de opstanding. Ook Job moet de beker helemaal leeg drinken voordat er de bevrijding is. We kennen dit verhaal eigenlijk ook uit onze tijd: drugsverslaafden moeten vaak helemaal in de goot liggen, al het leven opgeven, één hoopje ellende zijn om weer contact te kunnen maken met het leven. Pas dan voelen ze dat ze ondanks alles, toch willen leven. Pas in het diepste donker wordt de knop omgedraaid en de wil om te leven weer gevoeld en pas dan kunnen ze van hun verslaving afkomen en een nieuw leven gaan opbouwen.

Heb uw naaste lief als uzelf lijkt in deze materialistische, individualistische, assertieve maatschappij wel een erg grote opgave. Voor mij is de essentie hiervan iemand te kunnen “zien”. Echt, onbevooroordeeld, vanuit je hart iemand te kunnen waarnemen, met iemand contact te kunnen leggen. Er is een prachtig dagboek van een priester, die 3 jaar in Dachau heeft doorgebracht onder de meest ellendige, erbarmelijke omstandigheden. Een half jaar na zijn vrijlating pleit hij ervoor – in een voorwoord tot zijn dagboek – om niet met wrok, woede of rancune naar de Duitsers te kijken, maar je hart te blijven openen voor hun. Wat ze je ook aangedaan hebben. Het is een indrukwekkend statement. Want als je met wrok en woede naar de Duitsers kijkt dan hebben zij gewonnen. Dan doe je hetzelfde als zij: met agressie antwoorden. Maar als je de “tot monster geworden mens” kunt blijven zien als mens, dan triomfeert ( in zijn geval) het Christendom. Dan overstijg je het ego en leidt dat een nederlaag. Voor hem zat er een immense kracht in om te kunnen overleven. Er is ook een prachtig boek van een voormalige lijfarts van de Dalai Lama. Die twintig jaar lang in dezelfde onmenselijke omstandigheden in een Chinese cel doorbrengt en ook zijn mededogen behoudt. En het brengt ons bij één van de meest indrukwekkende uitspraken in de bijbel. De gekruisigde Jezus: “Vergeef hen want ze weten niet wat ze doen”. Daar spreekt een ongelooflijk diepe wijsheid uit. Wie kan dat opbrengen in zulke onmenselijke omstandigheden?

Voor mij is magie zinloos, betekenisloos als het je niet ondersteunt deze weg te gaan. Voor mij is de essentie van magie dat het steeds weer verwijst naar de staat van onbevooroordeeld zijn. Naar het onvernietigbare in de mens, de ziel, verbonden met het universum. Voorbij het ego. Magie nodigt je uit een steeds zuiverder kanaal van spirit, het veld, god te worden en dat kan alleen door steeds meer obstakels in je zelf op te ruimen. Jezelf steeds beter te zien en daarmee om je medemens steeds beter te zien.

In het Oude testament word ik gefascineerd door twee thema’s. De uitspraak: “wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet”. Ik heb me door verschillende goed in het oude testament ingevoerde mensen laten verzekeren dat dit de essentie van het oude testament is en de rest is franje. De hierboven genoemde uitspraak van Jezus is een andere verwoording hiervan.

Wat steeds terug komt in het oude testament is de gehoorzaamheid of de ongehoorzaamheid van het volk Israël aan de enige ware god. Steeds gaan ze weer andere goden aanbidden of worden op een andere wijze afvallig en dan worden ze weer gestraft en is het de god van wrake die behoorlijk onbarmhartig is. Ik heb daar een eigen interpretatie van en weet uiteindelijk niet of die gedeeld wordt.

Voor mij is de god in het oude testament een metafoor voor de “stem van je ziel”. Als je jouw eigen, authentieke weg volgt, de weg van je ziel, jouw eigen waarheid dan gaat het goed met je. Dan is God (het universum, het veld) je goed gezind en zal alles wat je doet ondersteunen. Maar zodra je van je eigen waarheid afwijkt, gaat het mis. Dan word je “gestraft”. Dan ontstaan er problemen. Het is ook kanaal zijn voor het goddelijke, voor spirit, voor het universum.

Het doet me denken aan de Mahabharata uit de Indiase Bhagwat Gita. Ook dit boek is een en al strijd van twee legers. Eindeloos. Met veel bloedvergieten. Je wordt er niet vrolijk van. Maar men is het erover eens dat het gaat over de innerlijke strijd, die ieder mens met zichzelf moet uitvechten om uiteindelijk bevrijd te worden.

Daarnaast staan er in de bijbel prachtige verhalen. Een van de meest actuele is het verhaal over Mozes, die de berg op is gegaan (in mijn woorden: een vision quest deed), goddelijke inspiratie kreeg, een indrukwekkend visioen, wat uitmondde in de tien geboden. Terug kerend zag hij zijn volk rond het gouden kalf dansen. Hoe toepasselijk voor onze tijd, waarin het gouden kalf tot grote hoogten is gestegen. Het neo kapitalisme in ultima forma. Steeds maar op zoek om daar de zo verlangde vervulling en zingeving in te vinden.

Of het verhaal van David en Goliath: als je jouw “medicin” leeft, jouw unieke talent inzet, dan kan je reuzen verslaan.

Het verhaal van Lot, die al vluchtende omkijkt naar het brandende Sodom en Gomorra en verandert in een zoutpilaar. Er zijn momenten in het leven, waar je alleen vooruit naar de toekomst moet kijken. Er is een “momentum”. Als je dan omkijkt naar het verleden mis je het momentum en verstart.

  1. Het Begin – een Droom van ravenveer

Ik loop in een begrafenisstoet. Naast een kist. Het is de kist van mijn vader. We gaan hem begraven En zijn veel mensen. Allen stapvoets. Het is een indrukweekend tafereel.

De stoet stopt. Ik sta naast de kist en doe de bovenkant open. In de kist ligt een grote ravenveer. Ik pak hem en met dat gebaar neem ik de ravenveer van mijn vader over. Nu ben ik de drager van de ravenveer. Nu ligt de verantwoordelijkheid bij mij!

Een korte, heldere droom. Meer dan twintig jaar geleden, maar ik zie de beelden nog voor me. Een droom die niet zo maar duidelijk was. Pas in de loop van de jaren krijgt hij steeds meer betekenis. Raaf wordt steeds belangrijker in mijn leven. Ik heb ook ooit een dode raaf langs de kant van de weg gevonden.

In bepaalde tradities krijg je een nieuwe naam. Een spirituele naam, die je essentiële kwaliteit belichaamt. De indianen noemen het een medicijnnaam. Eind negentiger jaren had ik een medicijnnaam gevonden. Ik dacht dat een medicijnnaam een naam was voor de rest van je leven. Maar deze naam bleek ik tot 2005 te hebben. Toen diende zich een periode aan waarin alles in mijn sjamanistische leven vernieuwd werd. Ik heb dat in mijn eerste boek beschreven. Toen ik dat jaar in de woestijn in zuid oost Californië een vision quest deed had die naam geen kracht meer. De ziel was uit de naam. Er werd me een nieuwe naam gegeven, hij kwam plotseling boven. Niet onlogisch als alles zich vernieuwt. Er komt Raaf in voor. Uit deze nieuwe naam sprak mijn diepgaande verbondenheid met Raaf.

Nu schrijf ik aan een tweede boek met de titel: “Magie, het verhaal van raaf”. Sjamanistisch gezien is raaf de magiër in het dierenrijk. Vandaar de titel. Ik ben me bewust geworden hoe ongelooflijk veel magische gebeurtenissen de afgelopen twintig jaar zich in mijn leven hebben voor gedaan. Meer dan twintig jaar geleden werd ik overweldigd door deze gebeurtenissen. Ik kon er alleen maar verbijsterd en verwonderd naar kijken. En nu besef ik dat het nog steeds zo is. Als iets wat me als in een droom overkomt. Als iets waar ik bijna buiten sta. Waar ik geen deel aan heb.

Nu besef ik ten volle dat ik een gave heb gekregen, die ik mag leven. Niet als iets buiten mij, maar als iets van mij. Ik belichaam deze gave. Ik wil er voor uit komen en het aan de wereld kenbaar maken. Toen plotseling de titel van het boek in mijn hoofd op kwam, besefte ik dat er weer een boek geschreven wilde worden. Aanvankelijk wist ik nog niet waarom. Maar nu weet ik dat ik met dit boek de veelzijdigheid en betekenis van mijn “gave” in de wereld wil zetten. Daarmee, in alle oprechtheid en eerlijkheid dit bijzondere aspect van mij kenbaar wil maken en toelichten.

En ik hoop met dit boek magie alledaags te maken. Mensen aan te moedigen zich open te stellen voor magie wanneer zich dat in hun leven voordoet. In mijn visie en ervaring hebben veel mensen magische ervaringen. Soms heel incidenteel. Slechts een enkele keer. Anderen vaker. In heel verschillende vorm. Magie komt in vele gedaanten.

En ik wil mensen aanmoedigen om van deze magische ervaringen de betekenis te onderzoeken. Voor mij zijn magische ervaringen op zich misschien wel boeiend, spectaculair of ze maken je interessant. Maar daar gaat het niet om. Zoals een droom voor mij een boodschap is van het onbewuste is een magische ervaring een boodschap van het universum. En zoals een droom je kan helpen een situatie in je leven te verhelderen, zo kan een magische ervaring dat ook.

Voor mij is ook van belang dat we in de wereld voor een paradigma shift staan. De geestelijke wereld wordt steeds belangrijker, maar op een geheel eigentijdse en nieuwe manier. Heel anders dan vroeger met ons oude godsbeeld. Die geestelijke wereld is nodig. Urgent! Om de problemen van onze tijd te kunnen oplossen. Dat lukt niet met onze rationele, wetenschappelijke houding. Daarvoor moeten we de leiding weer overgeven aan de natuur en het universum. Cruciaal daarbij is je te verbinden met de creatieve krachten van het universum. Centraal daarbij staat de vraag: “wat wil het universum? Wat is gaande in het universum?”. Dat vraagt een ander bewustzijn. Of misschien beter: dat vraagt om een helder bewustzijn, in verbondenheid met het universum.

Met dit boek wil ik daar graag mijn minuscule steentje aan bijdragen.

  1. Nacht met masker

Een eerste magische ervaring was er tijdens een drieweekse training in het centrum Venwoude, een prachtige locatie in de natuur van Lage Vuursche. De opdracht overdag was om een masker te maken. Of meer precies: je favoriete masker. Het gezicht waarmee je je presenteert aan de buitenwereld. In mijn geval: altijd een vriendelijk, lachend (hoe ik me ook voel) gezicht. En dat masker mee te nemen naar een plek in het bos waar je een nacht alleen buiten door brengt. Het kon zijn dat er dan in die nacht een nieuwe naam aan je geopenbaard werd.

Ik had een mooie plek gevonden. Het was warm, zonnig en doodstil. Lage Vuursche is een stiltegebied, voor zover dat nog mogelijk is in Nederland. Ik houd ervan alleen in de natuur te zijn. Ik was niet bang (een beetje – niet voor dieren, maar voor mensen), maar wat kon me gebeuren: dit was privé terrein. Ik had het masker dicht bij me aan een tak opgehangen. Die avond voelde ik me prettig en verwachtingsvol. Het werd steeds donkerder. Toen het echt donker werd wilde ik gaan slapen, maar dat lukte niet. Ik begon me onrustig te voelen, het kriebelde binnen in me. Ik voelde me koortsig worden. Die hele nacht voelde ik me ziek en koortsig. Ik begreep er niets van. Alsof de wereld de hele tijd in beweging was, het “beeld” geen moment in rust was.

Tegen het einde van de nacht kwam er plots, uit het niets (in de zin van: ik was er niet mee bezig) een naam in me op. Een nieuwe naam, die bij me paste. Die iets zei over mijn “taak” in de wereld. En op dat moment veranderde alles: alles kwam tot rust. Het beeld werd stilte, de pracht van de natuur. Weg was de koorts en de onrust. Ik had mijn masker doorzien en contact gelegd met mijn ware aard. Magie?

Spider rock

Deze ervaring doet me denken aan een andere, vele jaren later.

Ik kampeerde op een camping in het Navajo reservaat in Arizona in de Verenigde Staten. De camping werd beheerd door een Navajo, Howard. De camping lag aan de rand van de Canyon de Shelley. Een prachtig canyon gebied met in de rotsen uitgehouwen woningen van de vroegere Anastasi en prachtige natuurformaties. Ergens in die canyon lag een grote, hoge rotsformatie: Spider rock. De meest heilige plek van de Navajo. Howard bood aan onze gids te zijn voor een excursie naar het dal van de canyon en in de buurt van Spider rock te overnachten. Een genereus aanbod. We gingen er gretig op in, waren met z’n vieren en daalden af. Tegen de avond maakten we kamp in het dal met uitzicht op Spider Rock, niet ver van ons vandaan. We sliepen onder de blote hemel in onze slaapzak. Die nacht zal ik niet snel vergeten. Opnieuw maakte er zich een onrust van me meester. Ik kon niet slapen en vooral niet stil liggen. Ditmaal leek het of mijn bloed jeukte. Dat deed het, die hele lange nacht. Deze energie was te sterk voor me. Ik werd door elkaar geschud. Geen moment met rust gelaten. Totdat de ochtend aanbrak en de onrust wegebde. Bovendien bleken er sporen te zijn gekomen en was een beer dicht langs ons kamp gelopen.

  1. Nijlpaard – Hippo

Mei/juni 1992. Goh, wat een leuk beest, zeg ik iedere keer als ik door de straat fiets en langs de vitrine kom waar een beeld in ligt van een liggend nijlpaard. Ik stap af en bekijk het. Steeds weer. Zo ben ik helemaal niet. Zo ken ik mezelf niet. Ik ben geen kijker en geen koper. Ik koop nooit dit soort dingen en ik heb er geen oog voor. Nu wel. Nu is het anders. Het valt ook mijn vrouw op en in juni, voor mijn verjaardag krijg ik het beeld van de hippo cadeau. En die krijgt een prominente plaats. Op een bijzettafeltje naast de bank in de zithoek. En daar is hij altijd gebleven. Nu meer dan dertig jaar later staat hij daar nog.

In maart van dat jaar had ik mij opgegeven voor de jaartraining sjamanisme bij Daan van Kampenhout en Ivana Caprioli. De training startte met een weekend in september. Het thema was dierkrachten. Binnen het sjamanisme wordt belang gehecht aan dierkrachten en speciaal aan zogenaamde krachtdieren. Dit zijn dieren, die je specifiek kunnen steunen in je proces. Het idee is dat als je je bewust verbindt met zo ’n dier, je de kwaliteiten van dat dier in jezelf versterkt. Een krachtdier staat dan voor een archetypische, vitale energie, die specifiek voor dat dier is. Ik heb er in mijn vorige boek uitgebreid over geschreven. In dat weekend vroeg Ivana aan de deelnemers wie al zijn of haar krachtdier wist en wie nog niet. Ik behoorde bij de mensen die dat nog niet wisten. Ivana ging vervolgens liggen met de ogen dicht. Een deelnemer kon naast haar gaan liggen, haar hand vast houden en dan keek zij welk krachtdier bij je hoorde. Ze zag dus niet wie er naast haar lag en voor welke deelnemer ze een krachtdier zocht. Toen ik naast haar ging liggen was het even stil. Daarna was er wat verwarring bij haar. Ze probeerde het beeld duidelijk te krijgen. En zei: “ik zie, eh, een paard? Nee, het is geen paard, eens kijken, wat is het nou, het is een ….nijlpaard!” Ik was verbijsterd. Die stond al enige maanden bij mij thuis. Dit kon ze niet weten. Opnieuw had ik in mijn leven een ontmoeting met magie! Dit kon niet.

Achteraf bleek het nog magischer, want in al die jaren dat ik met sjamanisme bezig ben heb ik nog nooit iemand anders ontmoet die nijlpaard als krachtdier had.

Later bleek nijlpaard een andere, belangrijkere rol in mijn sjamanistische leven te vervullen. Eerst diende hij als krachtdier, daarna bleek hij mijn verbinding met Afrika te zijn. Een belangrijke inspiratiebron in mijn leven. Ik heb twee jaar in Afrika gewoond en gewerkt en heb het in mijn hart gesloten. Ik heb drie inspiratiebronnen, één uit de Noord- Amerikaans indiaanse traditie, één uit Siberië en één uit Afrika. Ik ben een wat vreemd mengsel. Vanuit deze drie bronnen word ik in mijn leven gegidst.

  1. Gegidst worden.

Iemand vroeg mij eens: “Wat zijn nu de meest indrukwekkende ervaringen uit je leven” ? Hij had mij net enkele van zijn ervaringen verteld. Die waren heel indrukwekkend. Om jaloers op te worden. Ik moest er over nadenken. Ik heb veel hele mooie ervaringen gehad die ik o.a. in mijn vorige boek heb beschreven. Maar of er nu één of enkele uitspringen, zoals bij hem het geval was, daar kwam niet zo maar een antwoord op. Ik heb geen verlichtingservaring, wel eenheidservaringen. Die waren prachtig en indrukwekkend, maar of die nu mijn leven veranderden, zoals een velrichtingservaring, zo waren die niet. Ik had visioenen, ik heb ze elders in dit boek beschreven. En ja, die veranderden mijn leven. Maar ook die voelden niet zoals hij zijn ervaringen beschreef.

Maar plotseling werd het me duidelijk. Bij mij werkt het heel anders. Het meest indrukwekkende in mijn leven vind ik, sinds ik met sjamanisme in aanraking ben gekomen, het permanente gevoel van gegidst te worden. Het is niet één gebeurtenis of ervaring die er bij mij uitspringt. Het is deze niet aflatende stroom die in mijn leven werkzaam is. Ik zeg wel eens: sinds ik met sjamanisme begonnen ben heb ik over de belangrijke ontwikkelingen in mijn leven geen besluit meer genomen.   Die ontwikkelingen ontstonden doordat er iets gebeurde vanuit de buitenwereld of doordat ik een drang in me voelde. Of er deed zich in een korte periode een ongelooflijke synchroniciteit voor aan opvallende gebeurtenissen, die me vroeg te kijken wat er aan de hand was, welke verandering aan de orde was in mijn leven. Deepak Chopra noemt dit dat het leven, als je het achteraf bekijkt, door synchroniciteit bepaald wordt.

Die synchroniciteit aan opvallende gebeurtenissen heb ik in aparte stukjes beschreven. Het duidelijkste voorbeeld van een innerlijke drang is het ontstaan van mijn eerste boek. Dat speelde zich af tijdens de vision quest bij de Navajo indianen in de Canyon de Shelley. Je mocht niet eten, niet drinken en niet slapen. Je moest een vuurtje aanhouden. Dat lukte, alhoewel ik regelmatig even indommelde. Aan het einde van de laatste nacht werd ik wakker uit zo’n indommelen met een tekst in mijn hoofd.

Ik schreef de tekst op en dacht: “Goh, het lijkt wel het begin van een boek. Zou er een boek geschreven willen worden?”. En dat ben ik toen maar gaan doen. Tot op dat moment was het idee om een boek te gaan schrijven niet bij me op gekomen. Ik was hier nooit mee bezig geweest. En als ik dat idee wel had gehad, had ik het verworpen. Ik had gedacht dat ik het niet kon, dat ik geen schrijver was, dat ik niets te melden had en allemaal van dat soort ideeën. Nu ging het dus anders.

In mijn vorige boek heb ik beschreven hoe ik in het sjamanisme mijn thuis vond en op wat voor een prachtige organische manier dat is gegaan. Nu zal ik laten zien op wat voor een organische manier mijn sjamanistische roeping vorm heeft gekregen.

Ik heb bijvoorbeeld nooit met de gedachte gespeeld om trainingen te gaan geven. Maar in 1998 vroeg Myriam Ceriez of ik samen met haar de jaartraining zou willen geven. Dat hebben we drie jaar gedaan en ik heb daar van genoten. De eerste jaren was dat erg leuk, maar het derde jaar inspireerden we elkaar niet meer. Het voelde beter de samenwerking stop te zetten. In datzelfde jaar kreeg ik een verzoek van Daan van Kampenhout. Hij schreef dat hij zijn aantekeningen van de eerste jaren van de training kwijt was en of ik die nog had. Dat was het geval en ik ben al mijn aantekeningen gaan uitwerken en heb die aan hem opgestuurd. Van alles wat we gedaan hadden werd ik heel enthousiast en het versterkte in mij de drang om de trainingen voort te zetten, maar dan op eigen kracht. Dat heb ik gedaan. In 2001 startte ik in Rotterdam met de sjamanistische jaartraining “Footprints of the Soul”.

Zo is dat geven van trainingen op een vanzelfsprekende manier tot stand gekomen. Ik weet zeker dat ik alleen vanuit mezelf niet op het idee was gekomen om sjamanistische trainingen te geven, naast de drukke reguliere baan die ik toen ook had. Myriam zette me op het pad en Daan gaf het laatste zetje om dat zelfstandig te gaan doen. Vervolgens kwam er weer hulp vanuit de buitenwereld. Dat was nodig want ik kon mijn reguliere baan en mijn sjamanistische activiteiten, die vooral in de weekenden plaats vonden, eigenlijk niet meer combineren. De sjamanistische activiteiten namen daarvoor ook teveel toe. Helaas was het de tijd dat vervroegd pensioen en dergelijke uit de gratie raakten en de regering vond dat mensen langer moesten gaan werken. Tegen deze stroom in werd ik plots door mijn toenmalige werkgever gevaagd of ik niet van een regeling gebruik wilde maken en daarmee plaats wilde maken voor jong aanstormend talent. Voor mij was het een geschenk uit de hemel (of van Spirit). Toen ik de vraag positief had beantwoord was het mogelijk om mij vanaf 2005 volledig te wijden aan mijn praktijk voor sjamanisme.

Iets dergelijks gebeurde rond mijn eerste vision quest. In 1996 werd ik 50 jaar en dat leek me een goed idee om een maand “sabbatical” te nemen naast een maand vakantie. Mijn plan was om een lang gekoesterde droom te realiseren, namelijk van Zuid- naar Noord-Zweden of – Finland te fietsen en onderweg wild te kamperen. Het gaf me ook de gelegenheid om vooraf nog een zomerweek in Frankrijk met Daan mee te maken, inclusief een korte vakantie met mijn vrouw. Het liep anders. Vrij snel nadat ik mijn sabbatical had geregeld deed ik thuis in mijn sjamanistische kamer een journey, een sjamanistische visualisatie. In die visualisatie kreeg ik “door” dat ik een vision quest moest gaan doen. Dus niets fietsen van Zuid- naar Noord-Finland. Het bijzondere was dat ik ook bijna als op een kaart aangewezen kreeg waar ik die moest doen. In het gebied van de Grande Causses, aan de rand van de Cevennen in Frankrijk. Ik was er nooit geweest. Ik had wel van een vision quest gehoord, maar ik had nog niet overwogen om er zelf één te doen. Toen gebeurde er iets bijzonders.

De zomerweek met Daan zou in de Dordogne plaats vinden, maar we kregen bericht dat het daar niet door kon gaan, want het dorp had een extreem rechtse burgemeester gekregen en het centrum was bang dat een sjamanistische week te provocerend zou zijn. Dus Daan ging naar een nieuwe plek zoeken. Enige tijd later kregen we bericht. Er was een nieuwe plek gevonden, ergens in het gebied van de Grande Causses, vlakbij waar ik mijn vision quest ging doen! Mij gaf het een groot vertrouwen dat het klopte waar ik mee bezig was. Ook in dit geval was een vision quest dus niet iets waar ik over aan het nadenken was, wat ik overwoog te doen. Nee, het werd me aangereikt in een sjamanistische journey en bevestigd door de verplaatsing van de zomerweek. En op die plek geef ik nu nog steeds een jaarlijkse vision quest.

In 1999 deed ik mijn tweede vision quest. Veel te snel, want er wordt gezegd dat een quest zeven jaar nodig heeft om helemaal te integreren. Maar ik had mijn eerste vision quest alleen gedaan en nu wilde ik heel graag een keer een vision quest doen die begeleid werd.

Een paar jaar later gebeurde er voor mij iets onverwachts: er was plotseling een drang in me om zelf een vision quest te gaan organiseren en begeleiden. Het voelde dat het aan de orde was in mijn leven. Ik interpreteerde die drang als volgt: “Spirit wil me testen”. Ik voelde me uitgedaagd of ik bereid was al het mogelijke te doen om een vision quest te organiseren. Mijn commitment aan Spirit werd op de proef gesteld. De gedachte die ik er bij had was dat het er niet toe deed of ik daadwerkelijk een quest zou geven of niet. Als ik maar liet zien dat ik toegewijd was aan Spirit. Zoiets. Dus dat ging ik doen. Ik zou dan wel zien. Waren er deelnemers, nou dan gaf ik daadwerkelijk een vision quest. Waren er geen deelnemers dan had ik mijn commitment laten zien. Dat was ook goed. Er bleken zes deelnemers te zijn en het werd het begin van een ontwikkeling die de vision quest diep in het centrum van mijn leven zou brengen.

En, zoals mij vaak overkomt gebeuren er dingen, die mij het gevoel geven dat het klopt wat ik aan het doen ben. Zo nam ik deel aan een trainingsweekend bij Daan van Kampenhout waarbij mensen zoals ik, die al veel trainingen bij hem gevolgd hadden, gekoppeld werden als een soort mentor aan deelnemers die er pas voor de eerste keer kwamen. Ik werd gekoppeld aan een vrouw, die me vertelde dat ze getrouwd was met een Tsjechische man, die een centrum had in het Boheemse woud in Tsjechië. Dat bleek de ideale plek voor mijn vision quest en daar heb ik die ook gehouden. Een ander cadeautje was, dat nadat ik informatie voor de deelnemers had gechanneled *ik hun motivatiebrieven één voor één ’s nachts onder mijn hoofdkussen legde en voor iedere deelnemer een heldere droom kreeg. En die droom bevatte nog veel preciezere informatie dan via de channeling. Dat gaf me veel vertrouwen in het hele proces. Ik heb dat na die keer ook nooit meer gehad. Alleen in dat eerste jaar.

(* in contact met de energie van een deelnemer, bijvoorbeeld via zijn motivatiebrief, innerlijke beelden of andere indrukken krijgen, die van belang zijn voor de quest van die deelnemer)

Een andere bijzonderheid betrof het weer. Het was in de zomer noodweer in dat deel van Europa. Zowel Dresden als Praag stonden onder water. Overstromingen alom. Ik informeerde bij het centrum: kon mijn quest doorgaan of niet. Ook zij hadden wateroverlast, maar het was net droog geworden en als dat zo bleef zou het kunnen. Het bleef zo en de quest ging door. De eerste questdag gaf nog wel sterke regen. Wij zaten met twee personen water weg te scheppen bij het vuur, dat we vier dagen en nachten wilden aanhouden, terwijl een derde persoon een paraplu boven het vuur hield en dat zo veel mogelijk droog probeerde te houden. Dat lukte en daarna was er geen regen meer. De questers kwamen terug en twee dagen later, vroeg in de ochtend ging iedereen weer naar huis. Op dat moment begon het weer te regenen om die dag niet meer op te houden. De vision quest dagen bleken een droog eilandje te midden van heftige regenval te zijn. Wat een geluk. Met dank aan Spirit.

Dus hierboven heb ik een aantal voorbeelden beschreven van wat ik noem, “gegidst worden”. Wakker worden met een tekst, een drang voelen, de buitenwereld die me bevraagt.

Voor mij is de essentie: open staan voor Spirit, voor het Veld, voor God en volgen wat aan de orde lijkt. Die bereidheid is de sleutel tot een spiritueel leven. Een leven waarin je je open stelt voor energieën die het persoonlijke overstijgen en je met die energieën mee bewegen.

In mijn eerste boek heb ik beschreven hoe “gegidst worden” of synchroniciteit (Deepak Chopra) of leven op een organische manier (de dingen dienen zich steeds als vanzelf aan) mij bij het sjamanisme gebracht hebben . Mijn thuis. Hierboven heb ik beschreven hoe gegidst worden mij van een normale, reguliere baan bij een praktijk voor sjamanisme, trainingen, vision quests en het schrijven van een boek brachten. Nooit was dat het resultaat van denken, van een intensief afwegingsproces, van wikken en wegen en besluitvorming. Het was gehoor geven aan een roep van Spirit. Ik ervaar het ook als genade.

En ook mijn innerlijke ontwikkeling verliep zo. Mijn reis naar Amerika voor de “Ballcourt”-training, met de ongelooflijke synchroniciteit aan gedoe en aan bizarre gebeurtenissen daagden me uit in het “hier en nu” te zijn en om flexibel om te gaan met dat wat is. En het ging verder. Er was bij mij een zoektocht naar een anker in de alledaagse wereld, resulterend in een spontane ervaring daarvan bij een boom in Zuid-Spanje. Gevolgd door een bewust aanvaarden van deze wereld en daarin stappen als een soort brandweerman. Vandaaruit was er een totale coyote-achtige chaos in mijn leven gevolgd door een totale vernieuwing op veel verschillende gebieden, waardoor de verankering in de alledaagse wereld zo goed mogelijk in mijn systeem geïntegreerd werd. In dit proces werd dus heel veel “van buiten” aangereikt. Ik had er niets over te zeggen. Het overkwam me allemaal en allemaal nagenoeg tegelijkertijd.

Dus zo lijkt dat in mijn leven te werken, een sterk gevoel van “gegidst worden”. Nu roept dat onmiddellijk associaties op, die ik niet bedoel. Het betekent voor mij niet dat er dus een God of zoiets is die aan de touwtjes trekt en het leven van mij als een soort marionet bepaalt. Nee, het heeft absoluut niets te maken met iets mensachtigs of een “wezen” of zo.

Gegidst worden is voor mij allereerst iets magisch, iets wat ik niet zo maar begrijp. Maar uit bovenstaande voorbeelden lijken er in mijn leven krachten werkzaam, die me een bepaalde richting uitsturen. Niet zo maar per ongeluk. Nee, uit die krachten blijkt een soort intelligentie, die “het beste met me voorheeft”. Vergelijkbaar met de krachten in de natuur, die alles, weliswaar in relatie met de omgeving, tot optimale bloei laat komen. En het enige wat ik ervoor hoef te doen is me ervoor open stellen en vooral “mee gaan”, b.v. de drang in mij volgen en er niet met mijn denken tussen gaan zitten.

Grote levenslijnen, intuïtie en magie.

In mijn leven zie ik een aantal grote lijnen:

Een babytijd, waarin ik besloot me terug te trekken in mijn binnenwereld en de buitenwereld als onveilig te beschouwen. Ondanks dat ik lieve ouders had! Met als gevolg, een kindertijd, waarop ik niet terug kijk als “een gelukkige onbezorgde jeugd”. Maar als een boek dat ik liever niet opensla. Maar wel een jeugd met een rijke fantasie, een rijke binnenwereld. Mijn studietijd was een goede tijd, waarin ik de buitenwereld begon te verkennen door onder andere veel dingen naast mijn studie te doen. Ik werd lid van allerlei organisaties en zat in besturen van politieke, levensbeschouwelijke en culturele studentenorganisaties. Eigenlijk werd het een zoektocht naar andere werelden. Die werd sterker na mijn studie doordat ik een aantal jaren in de tropen ging werken en dus echt met andere werelden in contact kwam. Ik merkte wel dat ik bij dat alles een bijna onverzadigbare nieuwsgierigheid had.

De volgende grote lijn begint met terug te gaan naar Nederland, wat gestimuleerd werd door fysieke klachten. Die lijn wordt gekenmerkt door een persoonlijk ontwikkelingsproces. Ik had gezien dat ik niet in harmonie was met mezelf en niet met de wereld om me heen. Ik besloot dat het belangrijk was daar aan te werken. Deze lijn begon op mijn een en dertigste en duurde tot mijn zeven en veertigste. Het was een lange zoektocht. Een zoektocht naar de stem van mijn ziel. Ik kwam in aanraking met inspiratiebronnen zoals yoga, meditatie, Gestalt, mannengroepen, communicatie -, sensitivity trainingen, e.d. en allemaal droegen ze wat bij om me meer bij mijn authentieke zelf te brengen.

Aan het einde van deze periode deden zich de eerste magische gebeurtenissen voor. Een korte periode, een opeenvolging van gebeurtenissen, die mijn wereldbeeld, mijn eigen mogelijkheden en perceptie deden kantelen en blijvend veranderden. Iets daarvan werd zichtbaar in een training die ik volgde voor mijn reguliere baan. Een managementtraining met dertig deelnemers, verdeeld over drie groepen van tien, die een project moesten uitwerken. Er was permanent geharrewar en onenigheid, over niets werd men het eens. Onbewust werden er allerlei machts- en leiderschaps strijdjes uit gevochten. Er bleek één uitzondering, zoals iemand aan het einde constateerde: er was een onopvallende, zich niet profilerende of rollebollende persoon waarvan alles wat hij voorstelde wel werd geaccepteerd. En dat bleek ik te zijn. Informeel leiderschap wordt zoiets genoemd. Voor mij was dat niet voor opgezet, niet bewust, ik probeerde alleen maar iets bij te dragen, zoals het voelde. Ik ontdekte een onbekende kant van mijzelf. Ik bleek een sterk intuïtief weten te hebben, dat ik ook kon inzetten in de buitenwereld.

Deze ontdekking kreeg een vervolg tijdens een drieweekse training, die de Oersprong heette. Opnieuw dertig deelnemers, die elkaar niet kenden. De eerste opdracht was om drie vrouwen te kiezen, die een prominente rol gingen krijgen. Ik wist meteen wie dat zouden zijn. Ik hoefde daar niet over na te denken. Er waren veel verhitte discussies voordat de groep uiteindelijk op dezelfde drie vrouwen uit kwam. Die training werd ik ook geconfronteerd met een eerste magische gebeurtenis. De opdracht was om een masker te maken, waarmee je je laat zien in de buitenwereld. Een soort masker waarmee je overleeft. Met dat masker ging je een nacht alleen in de natuur doorbrengen. Dat werd een bizarre nacht. Uiterst onrustig, alsof ik permanent jeuk in mijn bloed had. Als ik even sliep was het een koortsachtige slaap. Totdat ergens in de ochtend er een nieuwe naam voor mezelf opkwam. Toen was alles plots rustig en vredig. Alle onrust was weg. Het eerste brokje magie.

De volgende rode draad begon doordat die training eindigde met longontsteking. Ik was twintig jaar niet ziek geweest en nu plots deze ziekte. Ik deed visualisaties bij een oudere vrouw. Ik kreeg heel archetypische beelden. Dat had ze niet eerder mee gemaakt. Later op de dag kon ik ze plaatsen: ze gingen over de relatie met mijn moeder, die op dat moment al langere tijd terminaal ziek was. Eens per maand deed ik een visualisatie en iedere keer bleek die over de relatie met mijn moeder te gaan en steeds voelde ik me dichter bij haar komen. Bij de laatste visualisatie ervaarde ik een totale verzoening met mijn moeder. Ik ging naar haar toe en vertelde het haar: “ik had geen betere moeder kunnen hebben”. Een paar dagen later stierf ze.
Deze ervaring maakte diepe indruk op me. Ik bleek een gevoeligheid te hebben die van grote betekenis in mijn leven kon zijn.

Deze gevoeligheid bracht me bij het sjamanisme. Ik las over de ‘sjamanic jouney’ en schreef me in voor een sjamanistisch weekend. Die begon op vrijdagavond. Ik kwam daar binnen en binnen een uur was ik THUIS! Een nieuwe rode lijn in mijn leven begon.

Ik zat in mijn kamer met een handvol post. Er zat een bief bij zonder afzender. Ik pakte de brief en werd doodnerveus en ontroerd. Tranen stroomden over mijn gezicht. Toen ik hem open maakte bleek hij informatie te bevatten over de jaartraining sjamanisme.

Ik gaf me op voor een sjamanistische jaartraining en in dat jaar buitelden de magische ervaringen over elkaar heen mijn leven in.

Ik schreef al over mijn magische ervaring met nijlpaard. Ik zag hem in een etalage dicht bij mijn huis en kon er niet langs lopen. Dat is niets voor mij. Mijn vrouw zag dat en kocht hem. Dat was in juni. In september was het eerste weekend van de jaartraining sjamanisme. De begeleidster vraagt wie nog geen krachtdier heeft. Ik dus. Ze gaat op de grond liggen, ogen dicht en één voor één gaan we naast haar liggen en “ziet” ze voor ons een krachtdier. Bij mij: “Paard, nee het is geen paard. Oh nou zie ik het , het is een nijlpaard”. Het nijlpaard staat sindsdien prominent in onze woonkamer.

En zo ging het door dat jaar en die training. Mijn ratio kon het niet meer bolwerken en gaf zich aan het einde van dat jaar over: “Er is een totaal andere perceptie van de werkelijkheid mogelijk. Een werkelijkheid waarin de natuurwetten niet meer gelden en van alles mogelijk is“.

Sindsdien heb ik me intensief bezig gehouden met sjamanisme. Voor mijn gevoel heb ik, nadat ik mijn huis had gevonden in sjamanisme, dit ingericht en toen het ingericht was ben ik er vanuit gaan werken: trainingen geven, themadagen, vision quests en privé sessies. In 2005 stopte ik met mijn (drukke) reguliere baan en wijdde me geheel aan mijn praktijk voor sjamanisme.

En toen op een dag, ik was de 65 jaar al gepasseerd, besefte ik dat het goed was zo. Dat ik op dat moment mijn leven leefde zoals dat voor mij optimaal was. Ik had geen wensen en geen “bucketlist” van dingen die ik nog wilde doen voor mijn dood. Er waren geen grote wensen over. Er was alleen het leven dat verder geleefd wilde worden. Ik hoefde geen verre reizen meer te maken, ik had tenslotte al vele jaren in de tropen gewerkt. Ik hoefde geen groter huis of een auto of zoiets. En ik deed het mooiste wat ik me kon voorstellen, ik begeleide mensen op hun zielspad. Spirit was genereus voor mij.

In die tijd had ik twee dromen. Ik droomde dat ik een miljoen had gewonnen. En dat ik niet wist waaraan ik dat moest uitgeven. De andere droom ging over de uitdrukking: “eerst Napels zien en dan sterven”. In die droom vertelde ik mensen dat het niet nodig was om eerst Napels te zien. Dat was niet meer belangrijk. Het was al goed zo. Beide dromen maakten me bewust van het inzicht dat ik hierboven beschreef. Het is goed zoals het is.

Desondanks bleef mijn leven in beweging. Want ook al is het leven goed zoals het is en heb je geen grote wensen meer, dat betekent niet dat het saai en gezapig is geworden. Integendeel. Er gebeurt van alles en het enige wat er te doen valt is er in mee gaan. In nieuwsgierigheid afwachten waar je leven nu weer naar toe gaat. Wat heeft het universum voor je in petto? Een onzeker avontuur, maar een onzekerheid die zich in een bedding van vertrouwen bevindt.

Terugkijkend op deze rode lijnen in mijn leven zie ik dat vanaf het eerste begin, mijn baby tijd zich alles samenspande om mij uiteindelijk in het sjamanisme mijn thuis te laten vinden, mij mijn huis te laten inrichten en vandaaruit te gaan werken. Mij daarmee rijp makend om beelden voor het ‘zijn” te ontdekken. Ik kan ook zeggen: “ het overkwam mij”. Beide zijn waar. Magie bracht me bij de essentie van het leven.

  1. Wetenschap

Ik ben natuurwetenschapper. Ik heb in Wageningen levensmiddelenchemie gestudeerd.

Maar ik ben steeds meer tot de overtuiging gekomen dat de natuurwetenschap maar één kijk op de werkelijkheid vertegenwoordigt.

En het spijt me, maar zoals ik nu naar de wetenschap kijk (en dan ben ik me bewust dat ik erg generaliseer en sommigen te kort doe) dan is wetenschap anno 2018 vaak zo plat. Alles wordt weg of kapot geredeneerd. Het doet denken aan oogkleppen. En die zijn groot. Alles wat niet op hun manier bewijs is, bestaat niet. Alles wordt weg gematerialiseerd. Binnen die oogkleppen is alleen nog een enorme, weliswaar prachtig ver ontwikkelde materialistische wereld. De wereld buiten de oogkleppen, die niet materialistische wereld, wordt niet gezien.

Is het angst? Is de wetenschap bang, oh zo bang? Alles moet passen in modellen en concepten. Alles moet gevangen en opgesloten kunnen worden. In dubbelblind, representatief onderzoek. Wat daar niet in past bestaat niet.

Is het angst? Want als je buiten hun werkelijkheid treedt dan valt hun paradigma, de basis van de hele wetenschap in elkaar. Dan valt alle vaste grond onder hun voeten weg. Dan valt hun bestaansreden weg.

Maar het is onontkoombaar. Magie is het toverwoord. Het is de achilleshiel van de wetenschap. De in de buitenwereld zichtbare magische gebeurtenissen in de individuele wereld van mensen. En steeds meer, steeds meer. Mensen hebben ervaringen zoals in dit boek beschreven. Ze hebben ervaringen, die te verifiëren zijn, zoals voorspellende dromen. Maar ook ervaringen die voor hun zelf grote betekenis kunnen hebben, zoals ontmoetingen met overledenen, dingen “weten” die ze niet kunnen weten, betekenisvolle dromen, onuitwisbare ervaringen met dieren, b.v. met dolfijnen en nog heel veel andersoortige ervaringen. Het voldoet niet meer om alles naar de wereld van de fantasie te verwijzen. Te veel mensen weten wel beter. Het is niet meer plat te praten, weg te moffelen. De wijsheid van de traditionele volken sijpelt, nee stroomt steeds harder onze westerse wereld binnen. Zij worden de voorlopers. Zij hebben de kennis.

Een van de belangrijkste personen in het westen, die het sjamanisme als een van de eerste wetenschappers serieus nam en diepgaand onderzoek op dit gebied heeft gedaan is Michael Harner, een Amerikaanse antropoloog. Hij ging in de jaren zestig de jungle van het Amazone gebied in om geneeskrachtige planten te zoeken. Hij kwam in contact met de oorspronkelijke bevolking, bestudeerde hun gebruiken en deed iets bijzonders. In tegenstelling tot de dan gangbare benadering van antropologen ging hij deelnemen aan hun leven. Het leidde uiteindelijk tot een initiatie in hun sjamanistische wereld. Hij schreef een baanbrekend boek “The way of the shaman” en richtte de “Foundation for shamanic studies” op. Na veertig jaar intensieve betrokkenheid bij de sjamanistische wereld schreef hij opnieuw een boek waarin hij zijn veertigjarige ervaringen en inzichten verwerkte: “Cave and Cosmos”. Hij beschrijft ook een fascinerend ritueel, dat voor westerlingen eigenlijk niet te begrijpen is, maar dat volgens hem het bewijs is dat “Spirits” bestaan. Het ritueel wordt uitgevoerd in het donker en bestaat eruit dat iemand vast gebonden wordt met touw. En niet zo maar een knoopje, maar heel degelijk, zodat hij/zij niet meer los kan komen. De persoon richt zich tot de Spirits en vaagt hulp. Die hulp komt: de persoon voelt hoe er aan zijn touwen wordt getrokken, hoe “men” bezig is om hem los te maken en binnen een paar minuten is de persoon bevrijd!

Michael Harner geeft in zijn boek een aantal voorbeelden van mensen, die dit beschrijven. Geen ‘illusionisten’ of zo die de techniek van het loskomen uit schijnbaar onmogelijke situaties beheersen, nee gewone deelnemers aan een cursus. Voor mij kwam het dichter bij, want een paar van mijn vrienden hebben trainingen in de Michael Harner traditie gedaan en het zelf aan den lijve mee gemaakt en mij erover verteld. Geen zweverige, maar heel aardse personen. De wetenschap zou op z’n minst nieuwsgierig moeten zijn. Voor Michael Harner is dit de ultieme uitdaging: de wetenschap zou eindelijk moeten accepteren dat “Spirits” bestaan. Hoe precies en wat precies daar kan je over filosoferen. Maar dat ze bestaan is zeker. Het is immers een door buitenstaanders controleerbaar experiment.

Binnen de sjamanistische wereld zal men minder verbaasd zijn. Een soms ook in Nederland, uitgevoerde en bekende ceremonie is de zgn. “Lowampi ceremony”. Ook deze wordt uitgevoerd in een donkere ruimte. De sjamaan drumt, bidt en zingt en nodigt de Spirits uit. Vaak worden door de deelnemers lichte bollen, b.v. ter grootte van een grapefruit gezien. Die zweven door de donkere ruimte. Ze worden beschouwd als de bevestiging van de aanwezigheid van Spirits. Deelnemers hebben daarnaast allerlei bijzondere ervaringen. Afgezien van dat ze bijzondere dingen waarnemen, zoals het klapwieken van een zwerm vogels of allerlei andere geluiden horen, het voelen van waterdruppels of ervaren dat ze in de open lucht zitten, voelen deelnemers ook vaak dat ze aangeraakt worden. Er wordt zachtjes langs hun wang gestreken, ze worden zachtjes bij hun schouders vast gepakt en gedraaid, of ze worden andere lichamelijke aanrakingen gewaar. Terwijl de sjamaan trommelt en zingt. Ook hier is er de levendige aanwezigheid van Spirits.

Het blijft natuurlijk heel moeilijk om, als je zelf deze belevenissen allemaal niet kent, toch open te staan voor de betekenis van deze ervaringen van andere mensen. De westerse cultuur heeft ons heel veel gebracht, maar ging samen met een onvoorstelbare arrogantie ten opzichte van alles en iedereen die een ander pad bewandelde. Na vijf eeuwen dominantie is deze westerse cultuur en vooral het westerse wereldbeeld tanende. De arrogantie en het superioriteitsgevoel ten opzichte van vooral traditionele volken zal gaan afbrokkelen. Ons rest slechts bescheidenheid en misschien vooral nieuwsgierigheid. In mijn visie kan het niet anders of de niet materialistische wereld, de wereld waarin magie zich manifesteert, zal definitief doorbreken.

In mijn visie zal de acceptatie van het bestaan van een dergelijke niet materialistische wereld een nieuwe revolutie veroorzaken. Een revolutie die minstens zo groot zal zijn als de technologische waarin we ons bevinden. Want een totaal nieuw wereldbeeld komt ter beschikking. Een nieuw paradigma wordt aan het onze toegevoegd. Een immense nieuwe horizon komt in zicht met een enorm onontgonnen terrein ervoor.

Adrienne Rich verwoordt het als volgt:

Either you will
go through this door
or you will not go through

If you go through
there is always the risk
of remembering your name.

Things look at you doubly
and you must look back
and let them happen.

If you do not go through
It is possible
to live worthily
to maintain your attitudes
to hold your position
to die bravely

but much will blind you
much will evade you
at what cost who knows?

The door itself
Makes no promises
It is only a door.

  1. Voeding en IJs

Papoea’s

Al als student maakte ik iets mee dat wetenschappelijk gezien niet kon. Ik deed het vak tropische voeding en deed dat op het Tropeninstituut in Amsterdam bij een zekere professor Oomen. Een gewaardeerde wetenschapper. Hij deed onderzoek naar de eetgewoonten van de Papoea’s in Nieuw Guinea. Hij ontdekte dat ongeveer twee á drie miljoen Papoea’s in de afgelegen hooglanden van Nieuw Guinea zich voor 90 % voeden met zoete aardappel. Hij ontdekte ook dat ze zich in het algemeen in goede gezondheid bevonden en dat ze een positieve stikstofbalans hadden. Was het eerste al verwonderlijk, het laatste kon wetenschappelijk niet. Zoete aardappelen bevatten niet veel stikstof, dus de Papoea’s zouden een stikstof tekort moeten hebben, maar dat hadden ze niet. Mijn hoogleraar werd uiteraard als volgt weg gezet: hij werd absoluut als wetenschapper gerespecteerd, maar in dit onderzoek moest hij fouten hebben gemaakt. Wat hij geconstateerd had kón gewoon niet. Het was frustrerend voor hem.

Lichtvoeding

De laatste jaren is er meer aandacht voor het fenomeen “lichtvoeding”. Lichtvoeding is wat het woord al zegt: mensen krijgen hun voeding, hun energie uit licht en niet uit voedsel. Er bestaat een mooie video over een uitgebreid en gedegen onderzoek. Wereldwijd blijken er mensen te zijn, die zich uitsluitend met licht voeden. In Nederland, in Duitsland, in Australië, maar ook b.v. in China. Daar is het bij een bepaald volk al eeuwen een bekend fenomeen. In de video wordt ook wetenschappelijk onderzoek gedaan bij mensen die zich met licht voeden. B.v. in een ziekenhuis in Duitsland en in India. De onderzoekers vinden dat de persoon in goede gezondheid blijft ondanks dat hij geen vaste voeding tot zich neemt. In Duitsland leidt dit tot de conclusie: er moet iets fout zijn gegaan in het onderzoek. In India: er kunnen blijkbaar dingen gebeuren die wij nog niet begrijpen. Maar ja, India is ook het land van de yogi’s, dus die zijn wel wat gewend. Een verklaring kan zijn dat deze mensen prana uit de lucht kunnen opnemen en omzetten in lichaamsbenodigde stoffen; dus zonder dat er planten voor de fotosynthese nodig zijn, die dat voor de mens doen. Een van de pioniers van de lichtvoeding is Jasmuheen, die daar erg mooie boeken over heeft geschreven.

Wetenschappelijk is lichtvoeding absoluut onmogelijk, maar ja dat geldt voor meer, b.v. de Iceman.

De Iceman

In Nederland kennen we het fenomeen van Wim Hof, de Iceman. Die kan genoeglijk urenlang in ijskoud water zitten zonder af te koelen. Onderzoekers van de Radbout Universiteit hebben het onderzocht en moesten concluderen dat het blijkbaar kan. Het betekent dat Wim Hof het sympathische zenuwstelsel bewust kan beïnvloeden en daardoor de doorbloeding en het aanmaken van witte bloedlichaampjes kan verhogen. Hij kan bewust het immuunsysteem beïnvloeden.

Wat wetenschappelijk niet kan, kan dus blijkbaar wel.

 

 

 

 

 

 

Vision Quest en Sjamanisme voor persoonlijke ontwikkeling