Magie, het verhaal van Raaf; vorige publicatie 1 t/m 6

  1. Het belangrijkste besluit uit mijn  leven.

Ik liep als student op een warme, zonnige ochtend door de Jan Luyckenstraat in Amsterdam. De wereld was goed. Ik voelde hoe plotseling mijn hart een sprongetje maakte. Een soort korte onregelmatige versnelling. Even later was alles weer normaal. Maar het gebeurde vaker. Het maakte me niet angstig, het maakte me niet bezorgd. Het leidde wel tot, wat later, een van de belangrijkste besluiten uit mijn leven bleek. Ik besloot dat dit kwam doordat ik niet in harmonie met mezelf en met de buitenwereld was. En mijn besluit was dat ik hier iets aan moest doen. Dat besluit ben ik altijd trouw gebleven. Overigens ging ik ook naar een arts.

Ik studeerde af en ging een aantal jaren naar de tropen. Na vier jaar kwam ik terug en was een aantal intense ervaringen rond mijn hartritmestoornissen rijker. Het ging niet goed. Op een gegeven moment gingen ze niet weg Mijn hartritme bleef onregelmatig. Dag in dag uit. Medische hulp bracht me een electroshock. Het hielp. De arts was blij en tevreden. Maar een aantal weken later ging het weer mis. Wat te doen? Ik kon toch niet om de paar weken naar het ziekenhuis voor een electroshock. Dagen later ging ik toevallig zwemmen. Tijdens het zwemmen werd mijn hartritme weer normaal. Ik deed een belangrijke ontdekking. Als ik last had van mijn hartritme moest ik het een tijdje laten gaan, b.v. een dag. Daarna moest ik iets ritmisch en inspannends gaan doen, b.v. fietsen, joggen of zwemmen. Dan ging het weer goed.

Mijn huisarts wist een andere oplossing: hij schreef me medicijnen voor. Die zou ik de rest van mijn leven moeten slikken. Hij werd echt kwaad toen ik dat niet wilde. Het waren de best onderzochte medicijnen en ze hadden nauwelijks bijwerkingen. Waarom deed ik zo moeilijk?

Ik veranderde van huisarts en kwam bij een antroposofische arts terecht. Die begreep me, dacht mee en hielp me op verantwoorde wijze mijn medicijngebruik af te bouwen. Daardoor kreeg ik wel regelmatig last van een te snel of onregelmatig kloppend hart. Maar ik had nu uitgevonden dat ik er iets aan kon doen. Dat ben ik al die jaren erna ook blijven doen. Maar het “belangrijkste besluit van mijn leven” bracht me wel op een pad van zelfonderzoek en zelfontplooiing. Ik deed aan praatgroepen, communicatie trainingen, Gestalt, meditatie, ging aan yoga doen en werd daardoor zo geïnspireerd dat ik de leraren opleiding ging volgen zonder yogaleraar te willen worden. Ik werd het wel. Maar bleef zoeken. Soms had ik toch wel veel last, soms werd ik helemaal wanhopig. Ik deed van alles, voelde me er steeds beter bij, maar één ding veranderde niet, nooit: mijn hartritme stoornissen bleven een constante. Ze werden niet erger, maar ook niet beter. Vrienden zeiden: houd er toch mee op. Je ziet dat het niet helpt. Maar als ik dan diep in mezelf luisterde, was er een stem die zei: vertrouw; je zit op de goede weg. Ik vertrouwde die stem. En bleef zoeken en doorgaan. Tot ik door een magische samenloop van omstandigheden een artikel over sjamanisme las. Ik herkende de dingen die daarin verteld werden en besloot een weekend mee te doen. Het begon op een vrijdagavond. Binnen een uur voelde ik me voor het eerst van mijn leven thuis! Vijftien jaar had ik gezocht, van alles geprobeerd. Als ik terug keek op alles wat ik gedaan had, kon ik zien dat ook alles een positieve bijdrage had geleverd aan de verbetering van mijn levensomstandigheden. En dat het me uiteindelijk bij het sjamanisme had gebracht: mijn nieuwe huis, thuis.

Vervolgens werd ik stevig op het pad van het sjamanisme gezet door een keten van magische gebeurtenissen, waar ik niet meer omheen kon. Gebeurtenissen die mijn ratio niet kon plaatsen. Na een jaar moest mijn ratio zich overgeven: er is een andere “magische” werkelijkheid. Dit boek gaat over die magische werkelijkheid. Magisch als een fenomeen dat wetenschappelijk niet kan en tóch gebeurt!

En dan blijken veel meer mensen “magische” ervaringen te hebben. Maar ze zijn het zich niet bewust of ze noemen het niet zo. Of ze durven er niet echt over te praten. Bang uitgelachen te worden.

Voor die mensen is dit boek in de eerste plaats. Want ze zijn niet de enige. Steeds meer mensen komen er voor uit. Steeds meer mensen maken iets “magisch” mee. Het is niet meer te houden. Eigenlijk is magie iets heel gewoons, iets alledaags. De rest van de wereld wist dat al. De westerse wereld begint het schoorvoetend toe te geven.

 

  1. Hoe zullen we “HET” noemen?

Parallelle werelden? Stephen King weet er alles van. Deze schrijver is niets te gortig. Misschien weet hij er veel meer van dan ikzelf. Misschien heeft hij toegang tot werelden waar maar weinigen op deze aarde toegang toe hebben.

Morfogenetische velden? Dan kijken we naar de wetenschapper Rupert Sheldrake. Alles en iedereen is met elkaar verbonden via energetische velden. Niet zo’n onwetenschappelijk idee. Alles is immers energie.

Ik ga nog een stap verder.

Er is een energetisch veld, waarin veel kan gebeuren, waarin dingen plaatsvinden die we magisch noemen. Meer nog: er zit ook een intelligentie in, die er sturing aan geeft. Die zorgt dat er dingen in mijn leven gebeuren, die ik niet voor mogelijk had gehouden.

Een dode houtsnip voor mijn keukendeur in het centrum van Rotterdam. Een vleugel (fazant) gevonden tijdens een fietstocht in Denemarken en een volstrekt identieke vleugel voor mijn treincompartiment op het perron van het station in Kopenhagen vijf dagen later. Een vleermuis die mijn haar aanraakt, een sneeuwuil, die uit zichzelf voor mij op een reling gaat zitten tijdens een roofvogelshow in Engeland.

Het zijn voorvallen, die (bijna) onmogelijk zijn, op zijn minst erg onwaarschijnlijk. Maar vooral de optelsom van deze voorvallen in mijn leven zet de statistiek buiten werking. De kans dat al deze voorvallen bij één mens plaatsvinden, kan statistisch gezien niet!

Het is magie. Daar gaat dit boek over. En over verwondering, over verbazing, verbijstering. Ongeloof. Geen antwoorden hebben. Maar veel voorbeelden. Heel veel voorbeelden van anderen en van mij over magie. Over de aanwezigheid van magie in een technologische, wetenschappelijke wereld. En een oproep: “open je voor deze magie”. Meer hoef je niet te doen. Duw het niet (meer) weg. Het is er voor iedereen. De parallelle wereld bestaat echt!

Ik begrijp het als je me niet gelooft, maar het zal je veel brengen, het heeft je veel te bieden als je me wel gelooft.

  1. Christendom

 Eén van de merkwaardigste kanten van het Christendom vind ik het onvoorwaardelijke geloof in de Bijbel als Gods woord.

Het is duidelijk dat veel, zo niet alle oude volken een mythologie kenden, die zicht gaf op het ontstaan van de wereld en de mensheid. Ik ben verbonden met de Navajo indianen en ook zij hebben een prachtige mythologie waarin “Spider Woman” een hoofdrol speelt.

Het is nog niet zo ’n gek idee om de schepping toe te schrijven aan een vrouw of Godin, dat is zelfs biologisch gezien nogal logisch. Voor zover ik weet is het Christendom ook de enige religie (uiteraard naast het Jodendom) waarin de vrouw uit de man voortkomt. In alle andere religies komt de man uit de vrouw voort.

Daarnaast is, ook al door de dode zee rollen steeds duidelijker dat het niet één tekst betreft, op één bepaald moment door God gedicteerd. Maar dat het teksten betreft waar in oude tijden al verschillend over werd gedacht en over werd gediscussieerd. In de loop van de tijd zijn er een aantal teksten uitgekozen, die de huidige bijbel vormen.

Ik ben Nederlands hervormd opgevoed. Bij ons thuis betekende dat iedere zondagochtend naar de kerk. Als kind kan je de dienst met preek niet volgen. Dus kerk betekende: stil zitten en me vervelen. Na mijn pubertijd had ik dan ook een soort allergie voor het instituut kerk en daarmee ook voor de bijbel. Eigenlijk was dat heel nuttig, want ik had wel interesse in de essentiële vragen van het leven. De allergie zorgde ervoor dat ik een levendige interesse had in andere religieuze/spirituele stromingen. En dus ook voor sjamanisme toen dat op mijn pad kwam.

Inmiddels ben ik me meer gaan verdiepen in het christendom en de bijbel en kom ik er, op mijn manier, goed mee uit de voeten.

Voor mij ligt nu de essentie van het Christendom in de kruisiging en opstanding van Jezus en in zijn belangrijkste uitspraak: “heb uw naaste lief als uzelf”.

Het belangrijkste moment in het kruisigingsverhaal is voor mij het moment dat Jezus roept: “mijn god, mijn god waarom hebt ge mij verlaten”. In het sjamanisme zouden we dit de “dark night of the soul” noemen. Het zwartste moment in iemands leven. Want pas als je je volledig kan identificeren met het donker, als je ten diepste het donker in je kan voelen, is er de verlossing, de bevrijding, de opstanding. Ook Job moet de beker helemaal leeg drinken voordat er de bevrijding is. We kennen dit verhaal eigenlijk ook uit onze tijd: drugsverslaafden moeten vaak helemaal in de goot liggen, al het leven opgeven, één hoopje ellende zijn om weer contact te kunnen maken met het leven. Pas dan voelen ze dat ze ondanks alles, toch willen leven. Pas in het diepste donker wordt de knop omgedraaid en de wil om te leven weer gevoeld en pas dan kunnen ze van hun verslaving afkomen en een nieuw leven gaan opbouwen.

Heb uw naaste lief als uzelf lijkt in deze materialistische, individualistische, assertieve maatschappij wel een erg grote opgave. Voor mij is de essentie hiervan iemand te kunnen “zien”. Echt, onbevooroordeeld, vanuit je hart iemand te kunnen waarnemen, met iemand contact te kunnen leggen. Er is een prachtig dagboek van een priester, die 3 jaar in Dachau heeft doorgebracht onder de meest ellendige, erbarmelijke omstandigheden. Een half jaar na zijn vrijlating pleit hij ervoor – in een voorwoord tot zijn dagboek – om niet met wrok, woede of rancune naar de Duitsers te kijken, maar je hart te blijven openen voor hun. Wat ze je ook aangedaan hebben. Het is een indrukwekkend statement. Want als je met wrok en woede naar de Duitsers kijkt dan hebben zij gewonnen. Dan doe je hetzelfde als zij: met agressie antwoorden. Maar als je de “tot monster geworden mens” kunt blijven zien als mens, dan triomfeert ( in zijn geval) het Christendom. Dan overstijg je het ego en leidt dat een nederlaag. Voor hem zat er een immense kracht in om te kunnen overleven. Er is ook een prachtig boek van een voormalige lijfarts van de Dalai Lama. Die twintig jaar lang in dezelfde onmenselijke omstandigheden in een Chinese cel doorbrengt en ook zijn mededogen behoudt. En het brengt ons bij één van de meest indrukwekkende uitspraken in de bijbel. De gekruisigde Jezus: “Vergeef hen want ze weten niet wat ze doen”. Daar spreekt een ongelooflijk diepe wijsheid uit. Wie kan dat opbrengen in zulke onmenselijke omstandigheden?

Voor mij is magie zinloos, betekenisloos als het je niet ondersteunt deze weg te gaan. Voor mij is de essentie van magie dat het steeds weer verwijst naar de staat van onbevooroordeeld zijn. Naar het onvernietigbare in de mens, de ziel, verbonden met het universum. Voorbij het ego. Magie nodigt je uit een steeds zuiverder kanaal van spirit, het veld, god te worden en dat kan alleen door steeds meer obstakels in je zelf op te ruimen. Jezelf steeds beter te zien en daarmee om je medemens steeds beter te zien.

In het Oude testament word ik gefascineerd door twee thema’s. De uitspraak: “wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet”. Ik heb me door verschillende goed in het oude testament ingevoerde mensen laten verzekeren dat dit de essentie van het oude testament is en de rest is franje. De hierboven genoemde uitspraak van Jezus is een andere verwoording hiervan.

Wat steeds terug komt in het oude testament is de gehoorzaamheid of de ongehoorzaamheid van het volk Israël aan de enige ware god. Steeds gaan ze weer andere goden aanbidden of worden op een andere wijze afvallig en dan worden ze weer gestraft en is het de god van wrake die behoorlijk onbarmhartig is. Ik heb daar een eigen interpretatie van en weet uiteindelijk niet of die gedeeld wordt.

Voor mij is de god in het oude testament een metafoor voor de “stem van je ziel”. Als je jouw eigen, authentieke weg volgt, de weg van je ziel, jouw eigen waarheid dan gaat het goed met je. Dan is God (het universum, het veld) je goed gezind en zal alles wat je doet ondersteunen. Maar zodra je van je eigen waarheid afwijkt, gaat het mis. Dan word je “gestraft”. Dan ontstaan er problemen. Het is ook kanaal zijn voor het goddelijke, voor spirit, voor het universum.

Het doet me denken aan de Mahabharata uit de Indiase Bhagwat Gita. Ook dit boek is een en al strijd van twee legers. Eindeloos. Met veel bloedvergieten. Je wordt er niet vrolijk van. Maar men is het erover eens dat het gaat over de innerlijke strijd, die ieder mens met zichzelf moet uitvechten om uiteindelijk bevrijd te worden.

Daarnaast staan er in de bijbel prachtige verhalen. Een van de meest actuele is het verhaal over Mozes, die de berg op is gegaan (in mijn woorden: een vision quest deed), goddelijke inspiratie kreeg, een indrukwekkend visioen, wat uitmondde in de tien geboden. Terug kerend zag hij zijn volk rond het gouden kalf dansen. Hoe toepasselijk voor onze tijd, waarin het gouden kalf tot grote hoogten is gestegen. Het neo kapitalisme in ultima forma. Steeds maar op zoek om daar de zo verlangde vervulling en zingeving in te vinden.

Of het verhaal van David en Goliath: als je jouw “medicin” leeft, jouw unieke talent inzet, dan kan je reuzen verslaan.

Het verhaal van Lot, die al vluchtende omkijkt naar het brandende Sodom en Gomorra en verandert in een zoutpilaar. Er zijn momenten in het leven, waar je alleen vooruit naar de toekomst moet kijken. Er is een “momentum”. Als je dan omkijkt naar het verleden mis je het momentum en verstart.

  1. Het Begin – een Droom van ravenveer

Ik loop in een begrafenisstoet. Naast een kist. Het is de kist van mijn vader. We gaan hem begraven En zijn veel mensen. Allen stapvoets. Het is een indrukweekend tafereel.

De stoet stopt. Ik sta naast de kist en doe de bovenkant open. In de kist ligt een grote ravenveer. Ik pak hem en met dat gebaar neem ik de ravenveer van mijn vader over. Nu ben ik de drager van de ravenveer. Nu ligt de verantwoordelijkheid bij mij!

Een korte, heldere droom. Meer dan twintig jaar geleden, maar ik zie de beelden nog voor me. Een droom die niet zo maar duidelijk was. Pas in de loop van de jaren krijgt hij steeds meer betekenis. Raaf wordt steeds belangrijker in mijn leven. Ik heb ook ooit een dode raaf langs de kant van de weg gevonden.

In bepaalde tradities krijg je een nieuwe naam. Een spirituele naam, die je essentiële kwaliteit belichaamt. De indianen noemen het een medicijnnaam. Eind negentiger jaren had ik een medicijnnaam gevonden. Ik dacht dat een medicijnnaam een naam was voor de rest van je leven. Maar deze naam bleek ik tot 2005 te hebben. Toen diende zich een periode aan waarin alles in mijn sjamanistische leven vernieuwd werd. Ik heb dat in mijn eerste boek beschreven. Toen ik dat jaar in de woestijn in zuid oost Californië een vision quest deed had die naam geen kracht meer. De ziel was uit de naam. Er werd me een nieuwe naam gegeven, hij kwam plotseling boven. Niet onlogisch als alles zich vernieuwt. Er komt Raaf in voor. Uit deze nieuwe naam sprak mijn diepgaande verbondenheid met Raaf.

Nu schrijf ik aan een tweede boek met de titel: “Magie, het verhaal van raaf”. Sjamanistisch gezien is raaf de magiër in het dierenrijk. Vandaar de titel. Ik ben me bewust geworden hoe ongelooflijk veel magische gebeurtenissen de afgelopen twintig jaar zich in mijn leven hebben voor gedaan. Meer dan twintig jaar geleden werd ik overweldigd door deze gebeurtenissen. Ik kon er alleen maar verbijsterd en verwonderd naar kijken. En nu besef ik dat het nog steeds zo is. Als iets wat me als in een droom overkomt. Als iets waar ik bijna buiten sta. Waar ik geen deel aan heb.

Nu besef ik ten volle dat ik een gave heb gekregen, die ik mag leven. Niet als iets buiten mij, maar als iets van mij. Ik belichaam deze gave. Ik wil er voor uit komen en het aan de wereld kenbaar maken. Toen plotseling de titel van het boek in mijn hoofd op kwam, besefte ik dat er weer een boek geschreven wilde worden. Aanvankelijk wist ik nog niet waarom. Maar nu weet ik dat ik met dit boek de veelzijdigheid en betekenis van mijn “gave” in de wereld wil zetten. Daarmee, in alle oprechtheid en eerlijkheid dit bijzondere aspect van mij kenbaar wil maken en toelichten.

En ik hoop met dit boek magie alledaags te maken. Mensen aan te moedigen zich open te stellen voor magie wanneer zich dat in hun leven voordoet. In mijn visie en ervaring hebben veel mensen magische ervaringen. Soms heel incidenteel. Slechts een enkele keer. Anderen vaker. In heel verschillende vorm. Magie komt in vele gedaanten.

En ik wil mensen aanmoedigen om van deze magische ervaringen de betekenis te onderzoeken. Voor mij zijn magische ervaringen op zich misschien wel boeiend, spectaculair of ze maken je interessant. Maar daar gaat het niet om. Zoals een droom voor mij een boodschap is van het onbewuste is een magische ervaring een boodschap van het universum. En zoals een droom je kan helpen een situatie in je leven te verhelderen, zo kan een magische ervaring dat ook.

Voor mij is ook van belang dat we in de wereld voor een paradigma shift staan. De geestelijke wereld wordt steeds belangrijker, maar op een geheel eigentijdse en nieuwe manier. Heel anders dan vroeger met ons oude godsbeeld. Die geestelijke wereld is nodig. Urgent! Om de problemen van onze tijd te kunnen oplossen. Dat lukt niet met onze rationele, wetenschappelijke houding. Daarvoor moeten we de leiding weer overgeven aan de natuur en het universum. Cruciaal daarbij is je te verbinden met de creatieve krachten van het universum. Centraal daarbij staat de vraag: “wat wil het universum? Wat is gaande in het universum?”. Dat vraagt een ander bewustzijn. Of misschien beter: dat vraagt om een helder bewustzijn, in verbondenheid met het universum.

Met dit boek wil ik daar graag mijn minuscule steentje aan bijdragen.

  1. Nacht met masker

Een eerste magische ervaring was er tijdens een drieweekse training in het centrum Venwoude, een prachtige locatie in de natuur van Lage Vuursche. De opdracht overdag was om een masker te maken. Of meer precies: je favoriete masker. Het gezicht waarmee je je presenteert aan de buitenwereld. In mijn geval: altijd een vriendelijk, lachend (hoe ik me ook voel) gezicht. En dat masker mee te nemen naar een plek in het bos waar je een nacht alleen buiten door brengt. Het kon zijn dat er dan in die nacht een nieuwe naam aan je geopenbaard werd.

Ik had een mooie plek gevonden. Het was warm, zonnig en doodstil. Lage Vuursche is een stiltegebied, voor zover dat nog mogelijk is in Nederland. Ik houd ervan alleen in de natuur te zijn. Ik was niet bang (een beetje – niet voor dieren, maar voor mensen), maar wat kon me gebeuren: dit was privé terrein. Ik had het masker dicht bij me aan een tak opgehangen. Die avond voelde ik me prettig en verwachtingsvol. Het werd steeds donkerder. Toen het echt donker werd wilde ik gaan slapen, maar dat lukte niet. Ik begon me onrustig te voelen, het kriebelde binnen in me. Ik voelde me koortsig worden. Die hele nacht voelde ik me ziek en koortsig. Ik begreep er niets van. Alsof de wereld de hele tijd in beweging was, het “beeld” geen moment in rust was.

Tegen het einde van de nacht kwam er plots, uit het niets (in de zin van: ik was er niet mee bezig) een naam in me op. Een nieuwe naam, die bij me paste. Die iets zei over mijn “taak” in de wereld. En op dat moment veranderde alles: alles kwam tot rust. Het beeld werd stilte, de pracht van de natuur. Weg was de koorts en de onrust. Ik had mijn masker doorzien en contact gelegd met mijn ware aard. Magie?

Spider rock

Deze ervaring doet me denken aan een andere, vele jaren later.

Ik kampeerde op een camping in het Navajo reservaat in Arizona in de Verenigde Staten. De camping werd beheerd door een Navajo, Howard. De camping lag aan de rand van de Canyon de Shelley. Een prachtig canyon gebied met in de rotsen uitgehouwen woningen van de vroegere Anastasi en prachtige natuurformaties. Ergens in die canyon lag een grote, hoge rotsformatie: Spider rock. De meest heilige plek van de Navajo. Howard bood aan onze gids te zijn voor een excursie naar het dal van de canyon en in de buurt van Spider rock te overnachten. Een genereus aanbod. We gingen er gretig op in, waren met z’n vieren en daalden af. Tegen de avond maakten we kamp in het dal met uitzicht op Spider Rock, niet ver van ons vandaan. We sliepen onder de blote hemel in onze slaapzak. Die nacht zal ik niet snel vergeten. Opnieuw maakte er zich een onrust van me meester. Ik kon niet slapen en vooral niet stil liggen. Ditmaal leek het of mijn bloed jeukte. Dat deed het, die hele lange nacht. Deze energie was te sterk voor me. Ik werd door elkaar geschud. Geen moment met rust gelaten. Totdat de ochtend aanbrak en de onrust wegebde. Bovendien bleken er sporen te zijn gekomen en was een beer dicht langs ons kamp gelopen.

  1. Nijlpaard – Hippo

Mei/juni 1992. Goh, wat een leuk beest, zeg ik iedere keer als ik door de straat fiets en langs de vitrine kom waar een beeld in ligt van een liggend nijlpaard. Ik stap af en bekijk het. Steeds weer. Zo ben ik helemaal niet. Zo ken ik mezelf niet. Ik ben geen kijker en geen koper. Ik koop nooit dit soort dingen en ik heb er geen oog voor. Nu wel. Nu is het anders. Het valt ook mijn vrouw op en in juni, voor mijn verjaardag krijg ik het beeld van de hippo cadeau. En die krijgt een prominente plaats. Op een bijzettafeltje naast de bank in de zithoek. En daar is hij altijd gebleven. Nu meer dan dertig jaar later staat hij daar nog.

In maart van dat jaar had ik mij opgegeven voor de jaartraining sjamanisme bij Daan van Kampenhout en Ivana Caprioli. De training startte met een weekend in september. Het thema was dierkrachten. Binnen het sjamanisme wordt belang gehecht aan dierkrachten en speciaal aan zogenaamde krachtdieren. Dit zijn dieren, die je specifiek kunnen steunen in je proces. Het idee is dat als je je bewust verbindt met zo ’n dier, je de kwaliteiten van dat dier in jezelf versterkt. Een krachtdier staat dan voor een archetypische, vitale energie, die specifiek voor dat dier is. Ik heb er in mijn vorige boek uitgebreid over geschreven. In dat weekend vroeg Ivana aan de deelnemers wie al zijn of haar krachtdier wist en wie nog niet. Ik behoorde bij de mensen die dat nog niet wisten. Ivana ging vervolgens liggen met de ogen dicht. Een deelnemer kon naast haar gaan liggen, haar hand vast houden en dan keek zij welk krachtdier bij je hoorde. Ze zag dus niet wie er naast haar lag en voor welke deelnemer ze een krachtdier zocht. Toen ik naast haar ging liggen was het even stil. Daarna was er wat verwarring bij haar. Ze probeerde het beeld duidelijk te krijgen. En zei: “ik zie, eh, een paard? Nee, het is geen paard, eens kijken, wat is het nou, het is een ….nijlpaard!” Ik was verbijsterd. Die stond al enige maanden bij mij thuis. Dit kon ze niet weten. Opnieuw had ik in mijn leven een ontmoeting met magie! Dit kon niet.

Achteraf bleek het nog magischer, want in al die jaren dat ik met sjamanisme bezig ben heb ik nog nooit iemand anders ontmoet die nijlpaard als krachtdier had.

Later bleek nijlpaard een andere, belangrijkere rol in mijn sjamanistische leven te vervullen. Eerst diende hij als krachtdier, daarna bleek hij mijn verbinding met Afrika te zijn. Een belangrijke inspiratiebron in mijn leven. Ik heb twee jaar in Afrika gewoond en gewerkt en heb het in mijn hart gesloten. Ik heb drie inspiratiebronnen, één uit de Noord- Amerikaans indiaanse traditie, één uit Siberië en één uit Afrika. Ik ben een wat vreemd mengsel. Vanuit deze drie bronnen word ik in mijn leven gegidst.

 

 

 

 

 

Vision Quest en Sjamanisme voor persoonlijke ontwikkeling